Wilt u een inrit bij uw woning aanleggen ? Dan moet u
hiervoor een (omgevings-) vergunning aanvragen.
Voor de beoordeling van de vergunningsaanvraag geldt een aantal
toetsingscriteria. Zie hiervoor de beleidsregels inritvergunning
onder “bijzonderheden”.
In sommige gevallen is het bovendien nodig dat het trottoir moet
worden aangepast en/of een lichtmast moet worden verplaatst.
Binnen de bebouwde kom zorgt de gemeente voor deze aanpassing. De
kosten hiervan worden bij de aanvrager in rekening gebracht. In het
buitengebied zijn er geen trottoirs en mag u de inrit zelf
aanleggen.
Voorwaarden
Een inrit of uitrit zijn hetzelfde. Voor het gemak gaan we uit
van een uitrit. De gemeente kan een omgevingsvergunning weigeren in
het belang van:
de bruikbaarheid van de weg;
Het veilig en doelmatig gebruik van de weg;
De bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;
De bescherming van de groenvoorziening in de gemeente.
Indien u bijvoorbeeld een omgevingsvergunning wenst op een
drukke hoofdontsluitingsweg zal de gemeente u die vergunning
waarschijnlijk weigeren vanwege de verkeersveiligheid.
Privaatrechtelijke verhoudingen
Naast de publiekrechtelijke bevoegdheid die de gemeente heeft op
grond van het bepaalde in de APV is de gemeente ook in particuliere
zin eigenaar van de openbare weg. Vanuit dit eigendomsrecht moet de
gemeente de aanleg van een uitrit toestaan. In de meeste gemeenten
ligt deze toestemming besloten in de te verlenen
omgevingsvergunning. Bijzonder is dat de gemeente aan de
omgevingsvergunning voorschriften kan verbinden die eigenlijk geen
verband houden met de omgevingsvergunning als zodanig, maar met het
eigenaar zijn van de openbare weg.
Kosten
De legeskosten voor een inritvergunning zijn € 51,80.
Dit bedrag is exclusief de kosten voor de aansluiting naar de
openbare weg (verlaging van de trottoirbanden), verplaatsing van
een lichtmast etc..
Bijzonderheden
Voor meer informatie verwijzen wij u naar de beleidsregels
inritvergunning Sinds oktober 2010 is voor de
aanleg van een inrit oftewel het maken van een uitweg een
omgevingsvergunning nodig. De omgevingsvergunning kan ook op
andere activiteiten betrekking hebben zoals (ver)bouwen, slopen,
milieu, kappen en het aanbrengen van reclame.
Bij het invullen van het aanvraagformulier voor een
omgevingsvergunning op www.omgevingsloket.nl zal aan
u gevraagd worden of u ook andere activiteiten wilt
uitvoeren.
1. U doet de vergunningcheck via het omgevingsloket op de
website van het ministerie van VROM, om te zien of u een
omgevingsvergunning nodig heeft .
2. Als u een vergunning nodig heeft, dan kunt u deze via
dezelfde module ook digitaal aanvragen. U heeft daarvoor wel uw
Digid inlogcode nodig .
3. U krijgt schriftelijk antwoord van het bevoegd gezag. Dat
kan de gemeente zijn, maar ook de provincie, het waterschap of de
rijksoverheid.
4. Meestal is overleg nodig met het bevoegd gezag: een
omgevingsvergunning vereist namelijk maatwerk.
5. Als uw aanvraag wordt gehonoreerd, dan wordt de vergunning
meegestuurd (inclusief de voorwaarden waaronder u de vergunning
krijgt).
6. Bent u het niet eens met de beslissing, dan kunt u bezwaar
maken.
Het is ook mogelijk de vergunning via een formulier van de
gemeente aan te vragen. Vanaf 1 oktober 2012 zijn
bedrijven echter verplicht om de aanvraag digitaal in te dienen via
het omgevingsloket.
procedure
Er is sprake van een reguliere voorbereidingsprocedure
(afhankelijk van de complexiteit van de aanvraag). Voor de
reguliere voorbereidingsprocedure geldt een doorlooptijd van 8
weken (van aanvraagbevestiging tot bekendmaking van het besluit) en
kan met 6 weken worden verlengd.