Direct naar hoofdmenu / zoekveld
HomeVerordening

Terug naar zoekpagina

      Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Gemeente Winterswijk

Verordening maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen Wet werk en bijstand Sociale Dienst Oost Achterhoek 2012

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Winterswijk
Officiële naam regelingVerordening maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen Wet werk en bijstand Sociale Dienst Oost Achterhoek 2012
CiteertitelVerordening maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen Wet werk en bijstand Sociale Dienst Oost Achterhoek 2012
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Wet werk en bijstand, art. 8; art. 35 lid 5

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

30-05-201201-01-2012Nieuwe regeling

29-03-2012

Achterhoek Nieuws, 22-05-2012

2012, nr. III-4

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen Wet werk en bijstand Sociale Dienst Oost Achterhoek 2012

2012, nr. III-4

De raad van de gemeente Winterswijk;

Gelet op artikel 8 lid 1 onderdeel g; artikel 8 lid 2 onderdeel d en artikel 35 lid 5 van de Wet werk en bijstand;

overwegende dat:

het van wezenlijk belang wordt geacht dat schoolgaande kinderen tot 18 jaar zich door maatschappelijke participatie kunnen ontplooien en ontwikkelen en daarin niet belemmerd worden door de financiële positie van de ouder(s);

gemeenten daaraan dienen bij te dragen door het voeren van beleid, gericht op inkomensondersteuning van ouders met schoolgaande kinderen;

gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders van 19 maart 2012, nr. III-4;

besluit:

Vast te stellen de

VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE PARTICIPATIE SCHOOLGAANDE KINDEREN WET WERK EN BIJSTAND SOCIALE DIENST OOST ACHTERHOEK 2012

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.

Op grond van artikel 8b van de Wet werk en bijstand treedt het dagelijks bestuur van de Sociale Dienst Oost Achterhoek op basis van een gemeenschappelijke regeling in de plaats van de betrokken colleges van burgemeester en wethouders.

Artikel 2. Begrippen

  • 1. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden beschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand (Wwb), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de gemeentewet.

  • 2. In deze verordening wordt verstaan onder:

    • a.

      De wet: de Wet werk en bijstand (Wwb);

    • b.

      Het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeenten Berkelland, Oost Gelre en Winterswijk ;

    • c.

      De raad: de gemeenteraad van de gemeenten Berkelland, Oost Gelre en Winterswijk.

    • d.

      Dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de Sociale Dienst Oost Achterhoek.

    • e.

      Sociaal-culturele, educatieve respectievelijk sportieve activiteit: een maatschappelijke, educatieve, sportieve of culturele activiteit die beoogt een sociaal isolement te voorkomen of te doorbreken.

Artikel 3. Maatschappelijke participatie

Uitsluitend kosten in verband met maatschappelijke participatie van een ten laste komend kind dat onderwijs of een beroepsopleiding volgt, komen in aanmerking voor bijstandsverlening op grond van deze verordening. Met maatschappelijke participatie wordt bedoeld dat het oogmerk van bijstandsverlening dient te zijn het voorkomen of doorbreken van een sociaal isolement.

Hoofdstuk 2. Recht op bijzondere bijstand voor maatschappelijke participatie

Artikel 4. Voorwaarden

  • 1. Uitsluitend een belanghebbende zoals bedoeld in artikel 35 lid 5 Wwb met een in aanmerking te nemen inkomen van ten hoogste een inkomen zoals bedoeld in artikel 35, lid 9 Wwb, komt in aanmerking voor categoriale bijzondere bijstand op grond van deze verordening.

  • 2. Uitsluitend kosten voor sociaal-culturele, educatieve respectievelijk sportieve activiteiten in verband met ‘maatschappelijke participatie’ zoals bedoeld in artikel 3 komen in aanmerking voor categoriale bijzondere bijstand op grond van deze verordening.

Artikel 5. Maximale vergoeding

Voor de maximale vergoeding wordt verwezen naar de artikelen 36 en 37 van de Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid in 2011 en volgende jaren. De Sociale Dienst Oost Achterhoek voert deze beleidsregels uit.

Artikel 6. Uitvoering

  • 1.

    Het college stelt beleidsregels vast met betrekking tot de uitvoering van deze regeling.

  • 2.

    De beleidsregels bevatten in ieder geval een richtsnoer van de te verstrekken kosten in verband met sociaal-culturele, educatieve en sportieve activiteiten.

Hoofdstuk 3. Slotbepalingen

Artikel 7. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2012.

Artikel 8. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen Wet werk en bijstand Sociale Dienst Oost Achterhoek 2012’.

Aldus besloten door de raad van de gemeente Winterswijk in

zijn openbare vergadering gehouden op 29 maart 2012,

de griffier, de voorzitter,

Toelichting

Algemene toelichting Verordening maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen Wet werk en bijstand Sociale Dienst Oost Achterhoek 2012.

Kinderen moeten in hun kansen en mogelijkheden tot ontwikkeling niet worden belemmerd door de slechte financiële positie van hun ouders. Maatschappelijke participatie van een kind is van groot belang met het oog op zijn of haar kansen op een zelfredzame toekomst. De wetgever beoogt inkomensondersteuning rechtstreeks aan zoveel mogelijk minderjarige kinderen van de doelgroep ten goede te laten komen en vindt het daarom wenselijk dat de categoriale bijzondere bijstand aan deze groep in natura en niet als geldbedrag wordt verleend. Dit is vastgelegd in artikel 48 lid 4 Wwb.

Artikel 8 lid 1 onderdeel g Wwb bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels moet stellen over het verlenen van categoriale bijzondere bijstand aan een persoon met een hem ten laste komend kind dat onderwijs of een beroepsopleiding volgt met betrekking tot de kosten in verband met maatschappelijke participatie van dat kind. Hierbij moet in ieder geval worden bepaald op welke wijze invulling wordt gegeven aan het begrip “maatschappelijke participatie” (artikel 8 lid 2 onderdeel dWwb).

De aandacht voor en invulling van “maatschappelijke participatie” is opgenomen in de Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid in 2011 en volgende jaren. Hiernaar wordt dan ook verwezen. Op deze wijze hoeven bij wijzingen in deze beleidsregels geen wijzigingen in de verordening plaats te vinden.

Deze vorm van categoriale bijzondere bijstand wordt aansluitend verstrekt aan mensen met maximaal een inkomen van 110% van de op hem van toepassing zijnde bijstandsnorm (artikel 35 lid 9 Wwb).In onze beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid 2011 en volgende jaren wordt ook van deze inkomensgrens uitgegaan.

Artikelsgewijze toelichting Verordening maatschappelijke begeleiding schoolgaande kinderen Wet werk en bijstand Sociale Dienst Oost Achterhoek 2012.

Artikel 1.

De gemeenten Berkelland, Oost Gelre en Winterswijk hebben op grond van een gemeenschappelijke regeling de uitvoering van de Wet werk en bijstand opgedragen aan de Sociale Dienst Oost Achterhoek. In artikel 8b van de Wwb is geregeld dat indien bij gemeenschappelijke regeling de uitvoering van deze wet volledig is overgedragen aan het bestuur van een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8 van die wet,dat bestuur voor de van toepassing van deze wet met uitzondering van de paragrafen 7.1 en 7.3. in de plaats treden van de betrokken colleges van burgemeester en wethouders.

Artikel 2. Begrippen

Er is voor gekozen om begrippen die al zijn omschreven in de Wwb, Awb of de gemeentewet niet afzonderlijk te definiëren in deze verordening. Dit voorkomt dat in geval van wijziging van betreffende definities in de betreffende wetten ook de Verordening moet worden gewijzigd.

Ten aanzien van het beleid met betrekking tot de voorzieningen voor maatschappelijke participatie geldt dat deze uitsluitend betrekking mogen hebben op sociaal-culturele, educatieve of sportieve activiteiten. In artikel 2, lid 2 onderdeel evan deze verordening is bepaald dat onder sociaal-culturele, educatieve respectievelijk sportieve activiteit wordt verstaan: een maatschappelijke, educatieve, sportieve of culturele activiteit die beoogt een sociaal isolement te voorkomen of te doorbreken.

Deze onderdelen zijn opgenomen in de Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid in 2011 en volgende jaren die gelden in het werkgebied van de Sociale Dienst Oost Achterhoek.

Artikel 3. Maatschappelijke participatie

In artikel 8 lid 2 onderdeel d Wet werk en bijstand is expliciet bepaald dat de gemeenteraad in de verordening maatschappelijke participatie regels moet stellen over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het begrip “maatschappelijke participatie”.

In artikel 3 van deze verordening is aangegeven dat uitsluitend kosten in verband met maatschappelijke participatie in aanmerking komen voor bijstandsverlening op grond van deze verordening. In artikel 3 van deze verordening is voorts aangegeven dat het oogmerk van maatschappelijke participatie het voorkomen of doorbreken van een sociaal isolement is.

Bij de invulling van het begrip maatschappelijke participatie is rekening gehouden met het feit dat van categoriale bijzondere bijstand zoals bedoeld in artikel 35 lid 5 Wet werk en bijstand geen sprake is voor zover het hoofddoel van de vergoeding het subsidiëren van culturele, educatieve of sportieve activiteiten is. Er is slechts sprake van bijstandsverlening indien voor belanghebbende kosten worden weggenomen die zij anders wel zouden maken. Daarom is voor toepassing van deze verordening slechts sprake van maatschappelijke participatieindien het oogmerk vanbijstandsverlening het voorkomen of doorbreken van een sociaal isolement is.

Artikel 4. Voorwaarden

In artikel 4 zijn algemene voorwaarden opgenomen om in aanmerking te komen voor categoriale bijzondere bijstand zoals bedoeld in artikel 35 lid 5 Wet werk en bijstand.

In artikel 4 lid 1 van deze verordening wordt voor de duidelijkheid verwezen naar de voorwaarden, die volgen uit de wet . Het betreft:

  • -

    Het behoren tot de doelgroep zoals neergelegd in artikel 35 lid 5 Wet werk en bijstand: een persoon, met een hem ten laste komend kind dat onderwijs of een beroepsopleiding volgt, met betrekking tot kosten in verband met maatschappelijke participatie van dat kind.

  • -

    Het hebben van een in aanmerking te nemen inkomen van ten hoogste 110% van de toepasselijke bijstandsnorm.

Inartikel 4 lid 2 van deze verordening is voorts bepaald dat uitsluitend kosten voor sociaal-culturele, educatieve respectievelijk sportieve activiteiten in verband met “maatschappelijke participatie” zoals bedoeld in artikel 3 in aanmerking komen voor categoriale bijzondere bijstand op grond van deze verordening. Zie in dit verband ook de toelichting bij artikel 3 van deze verordening.

Artikel 5. Maximale vergoeding

In artikel 4 lid 2 van deze verordening is bepaald dat voor categoriale bijzondere bijstand op grond van deze verordening kosten voor sociaal-culturele, educatieve respectievelijk sportieve activiteiten in verband met “maatschappelijkeparticipatie” zoals bedoeld in artikel 3 in aanmerking komen. Er is geen limiet gesteld aan de te verstrekken voorzieningen. Omdatkostenvergoeding voor het deelnemen van kinderen aan verschillende sociaal-culturele en sportieve activiteiten is geregeld in de Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid in 2011 en volgende jaren wordt verwezen naar de betreffende artikelen (m.n. de artikelen 36 en 37) van deze Beleidsregels. Het voordeel hiervan is ook dat wanneer deze bedragen worden gewijzigd er geen wijziging van de verordening nodig is.

Artikel 6. Uitvoering

Omdat de uitvoering van het verstrekken van categoriale bijzondere bijstand is opgedragen aan het college worden ten behoeve van de uitvoering nadere beleidsregels gesteld. Deze beleidsregels zijn vastgesteld in de Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid in 2011 en volgende jaren. De colleges van de aangesloten gemeenten bepalen ieder voor zich het beleid betreffende bijzondere bijstand en overige verstrekkingen aan minima.

Artikel 7. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking met ingang van 1 januari 2012 aangezien de gemeenteraad per deze datum verplicht is een verordening vast te stellen over het verlenen van categoriale bijzondere bijstand aan een persoon met een hem ten laste komend kind dat onderwijs of een beroepsopleiding volgt met betrekking tot de kosten in verband met maatschappelijke participatie van dat kind.

Artikel 8. Citeertitel

In dit artikel is de citeertitel neergelegd van deze verordening.



Zoeken