Samenwerkingsovereenkomst 2010 inzake de instelling en instandhouding van een gemeentelijke rekenkamercommissie met een personele unie voor de gemeenten Aalten, Oost-Gelre en Winterswijk.
De raden van de gemeenten Aalten, Oost-Gelre en Winterswijk, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft;
gelezen het voorstel van de presidia c.q. agendacommissie van genoemde drie gemeenten;
hebben besloten:
een samenwerkingsovereenkomst aan te gaan inzake de instelling en instandhouding van een gemeentelijke Rekenkamercommissie als bedoeld in artikel 81 o (hoofdstuk IV b) van de Gemeentewet onder de volgende bepalingen:
Artikel 1. Begripsbepalingen.
In deze overeenkomst wordt verstaan onder:
a. de raad: de gemeenteraad van elk der deelnemende gemeenten;
b. het presidium of de agendacommissie: het gremium zoals omschreven in het Reglement van Orde van elke raad;
c. de wet: de Gemeentewet;
d. commissie: de door elke van de raden ingestelde gemeentelijke rekenkamercommissie waarvan de
leden een personele unie vormen;
e. de verordening: de door elk van de raden bij verordening vastgestelde regels voor de uitoefening van de rekenkamerfunctie, als bedoeld in artikel 81 o van de wet;
f. het budget: het bedrag dat de raden per jaar gezamenlijk beschikbaar stellen voor het functioneren
van de rekenkamercommissie en het verrichten van de onderzoeken welke voortvloeien uit toepassing van de verordening.
Artikel 2. De verordening.
De raden stellen op voorstel van de presidia c.q. agendacommissie een voor de drie gemeenten eensluidende verordening op de gemeentelijke rekenkamercommissie vast. De verordening kan slechts worden gewijzigd bij gelijkluidend besluit van de raden.
Artikel 3. De personele unie.
De raden benoemen op voordracht van de presidia c.q. agendacommissie de leden van de commissie in dier voege dat dezelfde personen in alle drie gemeenten de commissie vormen. De benoeming wordt voorbereid door een werkgroep waarin elk presidium c.q. agendacommissie één lid, zijnde een lid van de raad van de gemeente, aanwijst.
Artikel 4. Het budget.
1. De raden stellen aan de commissie vanaf 1-1-2010 een budget beschikbaar ter grootte van
het jaar waarvoor het budget geldt. Het basisbedrag ad € 1,10 per inwoner per jaar wordt jaarlijks verhoogd met het prijsindexcijfer netto materiële overheidsconsumptie van het CBS volgens de meicirculaire voorafgaande aan het begrotingsjaar.
(Toelichting: De raad van Winterswijk heeft besloten de bijdrage van € 1,-- per inwoner per jaar niet te verhogen. De eerder vastgestelde bijdrage van € 1,-- per inwoner per jaar blijft gehandhaafd. Deze bijdrage wordt niet geïndexeerd).
2. Het in lid 1 bedoelde basisbedrag per inwoner per jaar, verhoogd met de jaarlijkse indexering, kan
niet naar beneden worden bijgesteld.
3. Structurele verhoging van het budget is slechts mogelijk bij gelijkluidend besluit van de raden.
4. Besteding van het aldus beschikbaar gestelde budget vindt op zodanige wijze plaats, dat - gerekend over de gehele periode van 4 jaar - het door iedere gemeente beschikbaar gestelde budget voor onderzoeken ten behoeve van die gemeente wordt aangewend.
5. Een raad kan aan de commissie een extra budget ter beschikking stellen voor een specifiek onderzoek dat door de raad wordt gewenst.
6. Door of in opdracht van de rekenkamercommissie wordt 1 keer per 4 jaar een analyse van de uitgaven en inkomsten gemaakt.
Artikel 5. Het secretariaat.
1. Het secretariaat wordt telkens voor een periode van 4 jaar, in onderling overleg met de presidia c.q.
agendacommissie - gehoord hebbende de rekenkamercommissie - ondergebracht bij de griffie van
een van de deelnemende gemeenten. Als secretaris van de commissie wordt aangewezen een functionaris van de griffie, niet zijnde de raadsgriffier.
2. De omvang van de functie van secretaris van de commissie bedraagt maximaal 0,2 fte.
3. De salariskosten van de secretaris van de commissie worden ten laste van het budget gebracht,
tenzij daarin op andere wijze wordt voorzien.
Artikel 6. Evaluatie/tussentijdse beëindiging.
1. Deze overeenkomst treedt in werking op 1-1-2010 en wordt voor onbepaalde tijd aangegaan.
2. Tijdens elke raadsperiode wordt een evaluatie gehouden. De evaluatie vindt plaats in de eerste helft van het laatste volledige jaar van elke raadsperiode. Omtrent de wijze van evalueren
vindt overleg plaats tussen de presidia c.q. agendacommissie.
3. De raad kan besluiten de samenwerking tussentijds te beëindigen.
4. Een besluit tot beëindiging van de samenwerking als bedoeld in het derde lid treedt één jaar na
datum van het raadsbesluit in werking.
5. Indien de samenwerking tussentijds wordt beëindigd, worden eventueel resterende verplichtingen door de gemeenten gezamenlijk gedragen naar rato van het aantal inwoners op
1 januari van het jaar waarin de samenwerking wordt beëindigd.
Aldus besloten door de raad van de gemeente Winterswijk in zijn openbare vergadering van 2 juli 2009,
de voorzitter, de griffier,
|
|