2009, nr. VII-24 sub b.
De raad van de gemeente Winterswijk;
gelezen het voorstel van het presidium d.d. 22 juni 2009, nr. VII-24;
gelet op de bij besluit van heden vastgestelde samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeenten Aalten, Oost Gelre en Winterswijk;
gelet op artikel 81 o (hoofdstuk IV b) van de Gemeentewet;
b e s l u i t :
vast te stellen de navolgende verordening:
VERORDENING OP DE GEMEENTELIJKE REKENKAMERCOMMISSIE 2010
Artikel 1. Begripsbepalingen.
In deze verordening wordt verstaand onder:
a. de wet: de Gemeentewet;
b. de commissie: de bij deze verordening ingestelde gemeentelijke
rekenkamercommissie;
c. de voorzitter: de voorzitter van de rekenkamercommissie
d. het college: het college van burgmeester en wethouders
e. agendacommissie/presidium: het gremium zoals omschreven in het
Reglement van Orde van de raad van de gemeente. .
Artikel 2. De Rekenkamercommissie.
1. Er is een Rekenkamercommissie.
2. De commissie bestaat uit drie leden, de voorzitter daaronder begrepen.
Artikel 3. Benoeming van de leden.
1. De raad benoemt de voorzitter en de overige leden van de commissie op
voordracht van de agendacommissie/presidium.
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 81o, derde lid van de wet, kan een lid
van de commissie niet tevens zijn lid van de raad of van een door de raad ingesteld commissie, dan wel medewerker of bestuurslid van een instelling welke met de gemeente een financiële band heeft.
3. De leden worden benoemd voor een periode van 4 jaar. De leden kunnen
maximaal één keer worden herbenoemd.
4. Het bepaalde in lid 3 geldt niet voor de in 2005 benoemde leden. Eén lid van
de in 2005 benoemde leden kan voor een periode 2 jaar worden herbenoemd, 1 lid kan voor een periode van 3 jaar en 1 lid voor een periode van 4 jaar worden herbenoemd.
5. Ten aanzien van de leden zijn de artikelen 81 g en 81 h van de wet van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 4. Einde van het lidmaatschap van de commissie en non-activiteit.
1. Een lid van de commissie wordt door de raad ontslagen:
a. op eigen verzoek;
b. bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het
lidmaatschap van de commissie;
De raad van de gemeente Winterswijk;
gelezen het voorstel van het presidium d.d. 22 juni 2009, nr. VII-24;
gelet op de bij besluit van heden vastgestelde samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeenten Aalten, Oost Gelre en Winterswijk;
gelet op artikel 81 o (hoofdstuk IV b) van de Gemeentewet;
b e s l u i t :
vast te stellen de navolgende verordening:
VERORDENING OP DE GEMEENTELIJKE REKENKAMERCOMMISSIE 2010
Artikel 1. Begripsbepalingen.
In deze verordening wordt verstaand onder:
a. de wet: de Gemeentewet;
b. de commissie: de bij deze verordening ingestelde gemeentelijke
rekenkamercommissie;
c. de voorzitter: de voorzitter van de rekenkamercommissie
d. het college: het college van burgmeester en wethouders
e. agendacommissie/presidium: het gremium zoals omschreven in het
Reglement van Orde van de raad van de gemeente. .
Artikel 2. De Rekenkamercommissie.
1. Er is een Rekenkamercommissie.
2. De commissie bestaat uit drie leden, de voorzitter daaronder begrepen.
Artikel 3. Benoeming van de leden.
1. De raad benoemt de voorzitter en de overige leden van de commissie op
voordracht van de agendacommissie/presidium.
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 81o, derde lid van de wet, kan een lid
van de commissie niet tevens zijn lid van de raad of van een door de raad ingesteld commissie, dan wel medewerker of bestuurslid van een instelling welke met de gemeente een financiële band heeft.
3. De leden worden benoemd voor een periode van 4 jaar. De leden kunnen
maximaal één keer worden herbenoemd.
4. Het bepaalde in lid 3 geldt niet voor de in 2005 benoemde leden. Eén lid van
de in 2005 benoemde leden kan voor een periode 2 jaar worden herbenoemd, 1 lid kan voor een periode van 3 jaar en 1 lid voor een periode van 4 jaar worden herbenoemd.
5. Ten aanzien van de leden zijn de artikelen 81 g en 81 h van de wet van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 4. Einde van het lidmaatschap van de commissie en non-activiteit.
1. Een lid van de commissie wordt door de raad ontslagen:
a. op eigen verzoek;
b. bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het
lidmaatschap van de commissie;
c. wanneer het lid bij onherroepelijk
geworden rechtelijke uitspraak
wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een
maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;
d. indien het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder
curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld;
e. indien hij naar het oordeel van de raad ernstig nadeel toebrengt aan
het in hem gestelde vertrouwen;
2. Een lid van de commissie kan door de raad worden ontslagen,
indien hij door
wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een
maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;
d. indien het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder
curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld;
e. indien hij naar het oordeel van de raad ernstig nadeel toebrengt aan
het in hem gestelde vertrouwen;
. De rapporten van de commissie
zijn openbaar. Op grond van de belangen, genoemd in artikel 10 van
de Wet Openbaarheid van Bestuur kan de commissie rapporten die aan
raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken.
7. De commissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen.
8. Voor de uitvoering van het onderzoek kan de commissie, met inachtneming
van het beschikbare budget, externe personen of bureaus inschakelen.
9. De commissie stelt betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar
te stellen termijn, die tenminste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het concept-onderzoeksrapport aan de commissie kenbaar maken. De commissie bepaalt wie verder als betrokkenen worden aangemerkt.
10. Na vaststelling door de commissie worden het onderzoeksrapport en de nota
met conclusies en aanbevelingen en de zienswijze van betrokkenen op het rapport zo spoedig mogelijk, onder toezending van een afschrift aan het college en betrokkenen, aan de raad aangeboden.
Artikel 10. Het budget.
1. De commissie is bevoegd binnen het haar bij de begroting beschikbaar
gestelde budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken.
2. Ten laste van het in het vorige lid bedoelde budget worden de kosten gebracht
van:
7. De commissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen.
8. Voor de uitvoering van het onderzoek kan de commissie, met inachtneming
van het beschikbare budget, externe personen of bureaus inschakelen.
9. De commissie stelt betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar
te stellen termijn, die tenminste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het concept-onderzoeksrapport aan de commissie kenbaar maken. De commissie bepaalt wie verder als betrokkenen worden aangemerkt.
10. Na vaststelling door de commissie worden het onderzoeksrapport en de nota
met conclusies en aanbevelingen en de zienswijze van betrokkenen op het rapport zo spoedig mogelijk, onder toezending van een afschrift aan het college en betrokkenen, aan de raad aangeboden.
Artikel 10. Het budget.
1. De commissie is bevoegd binnen het haar bij de begroting beschikbaar
gestelde budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken.
2. Ten laste van het in het vorige lid bedoelde budget worden de kosten gebracht
van:
a. de vergoeding aan de leden, als
bedoeld in artikel 5, lid 2, van deze
verordening;
b. de kosten van de ambtelijk secretaris en van de interne
onderzoeksmedewerkers, tenzij hierin middels andere
begrotingsposten is voorzien;
c. de kosten van externe deskundigen;
verordening;
b. de kosten van de ambtelijk secretaris en van de interne
onderzoeksmedewerkers, tenzij hierin middels andere
begrotingsposten is voorzien;
de voorzitter, de griffier,