Direct naar hoofdmenu / zoekveld
Home   Bestuur en politiek   Raad   Werkgroepen van de raad   Werkgroep Nationaal Landschap   2009   Verslag werkgroep Nationaal Landschap 30-03-2009

Verslag werkgroep Nationaal Landschap 30-03-2009

titel verslag : verslag vergadering werkgroep Nationaal Landschap
verslag d.d. : 30 maart 2009
locatie : raadzaal raadhuis Winterswijk
aanwezig : Gemeente Winterswijk:
de heer D.L. Willink (WB en voorzitter)
de heer B.H.W. te Winkel (WB en plv. voorzitter)
de heer B.J. Harfsterkamp (PvdA)
mevr. W. Elsinghorst (CDA)
mevr. C.J. Zomer (PW)
de heer H.J.G. Gommers (wethouder)
de heer A. Schoemaker (beleidsambtenaar)
de heer M.J. Meinema (secretaris)
Gemeente Aalten:
de heer G.H. Rougoor (CDA)
de heer D.J.A. Vrieselaar (CDA)
Gemeente Oost Gelre:
de heer H.A.C.M. Krabben (CDA)
de heer R. van der Meulen (GGP/D66)
Gemeente Berkelland:
de heer M. Koster (VVD)
afwezig : Gemeente Winterswijk:
de heer H.J.A. Oonk (WB)
de heer J. Oonk (PvdA)
mevr. I.G. Saris (CDA)
mevr. G.B. Wassink-Samberg (VVD)
Gemeente Aalten:
de heer J.C. Wikkerink (PP)
Gemeente Oost Gelre:
de heer G.J. Bannink (PvdA)
de heer V.F.M. van Uem (OOG)
de heer F.A.G. Ticheloven (VVD)
Gemeente Berkelland:
mevr. M.P. van Mechelen-Bol (PvdA)
mevr. J.T. ten Berge-Tukker (PvdA)
auteur : M.J. Meinema
Pagina 11 van 11


Agenda:

1. Opening.
2. Mededelingen.
3. Vaststellen agenda.
4. Ingekomen en uitgegane stukken.
5. Verslag vergadering d.d. 4 maart 2009.
6. Afsprakenlijst vergadering d.d. 4 maart 2009.
7. Intergemeentelijke onderwerpen:
7a. Nadere informatie compensatie bebossing.
Toelichting: Na bomenkap wordt er regelmatig een herplantplicht opgelegd. Dit wordt soms op uiterst ongelukkige plaatsen gedaan waarmee prachtige cultuurhistorische karakteristieke landschapelementen verdwijnen. De heer Harfsterkamp komt met informatie over wat er in de Landschaps Ontwikkelings Plannen (LOP’s) van de gemeenten staat aangegeven.
8. Stand van zaken werkgroepje kapvergunningspraktijk Wet Flora en Fauna.
9. Monumentale bomen.
Toelichting: Veel monumentale bomen zijn in Winterswijk verloren gegaan. De secretaris komt met informatie hoe het in de gemeenten is geregeld.
10. Bestemmingsplan versus Natura 2000 gebieden.
Toelichting: Wethouder Gommers heeft een gesprek gehad met bureau SAB over de problematiek en zal de laatste stand van zaken weergeven.
11. Rondvraag.
12. Volgende vergadering + agendapunten.
13. Sluiting.


Verslag:

1. Opening.

De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezige leden en het publiek op de tribune van harte welkom.

2. Mededelingen.

Er zijn geen mededelingen.

3. Vaststellen agenda.

De agenda wordt als volgt: na agendapunt 5 komt eerst punt 10 aan de orde en dan punt 6 en volgende. Met deze aanpassing wordt de voorlopige agenda vastgesteld.

4. Ingekomen en uitgegane stukken.

Er zijn geen ingekomen stukken en er zijn ook geen stukken uitgegaan.

5. Verslag vergadering d.d. 4 maart 2009.

Tekstueel op pagina 4 onder punt 10 een kleine aanpassing.
Naar aanleiding van: punt 2 op pagina 2: de heer Koster wil graag weten wie bij zijn gemeente heeft aangegeven geen link op de website te willen plaatsten. De secretaris zal hem de daarop betrekking hebbende e-mails toesturen.
Punt 4 op pagina 2: er moet nog een informatiepakketje worden samengesteld. Voor het overige zijn er geen opmerkingen en wordt het verslag vastgesteld.

6. Afsprakenlijst vergadering d.d. 4 maart 2009.

Alle afspraken blijven staan. Bij 3 wordt vermeld dat de projectenlijst van het platform NLW nog niet gereed is. Overigens is de projectenaanpak van de Stichting WCL een goede aanpak. Wel valt te vermelden dat het project Flamingoroute door de provincie is goedgekeurd. De kosten hiervan zijn gedekt.

7. Intergemeentelijke onderwerpen:
7a. Nadere informatie compensatie bebossing.
Toelichting: Na bomenkap wordt er regelmatig een herplantplicht opgelegd. Dit wordt soms op uiterst ongelukkige plaatsen gedaan waarmee prachtige cultuurhistorische karakteristieke landschapelementen verdwijnen. De heer Harfsterkamp komt met informatie over wat er in de Landschaps Ontwikkelings Plannen (LOP’s) van de gemeenten staat aangegeven.

De heer Harfsterkamp vermeldt dat er in de Lop’s geen duidelijke uitspraken staan voor wat betreft boscompensatie. In het heide landschap en op een es mag geen bos worden aangeplant. De Lop’s van de gemeenten Aalten, Berkelland en Oost Gelre zijn identiek aan elkaar. Dat komt omdat er hetzelfde bureau bij betrokken was. De Lop’s zijn nergens dwingend voor wat betreft boscompensatie. Boscompensatie is altijd maatwerk en gebeurt altijd op basis van overleg. Wensen die geen rekening houden met bestaande waarden komen niet in aanmerking. De beoordeling gebeurt in de meeste gevallen door deskundige ambtenaren van de betreffende gemeente. Benader je boscompensatie vanuit de natuurwetenschappelijke hoek dan wordt het wel erg ingewikkeld. Bepaalde soorten in bossen hebben moeite zich te verspreiden. Verspreiding kan door het bosgebied uit te breiden. Echter dan stuit je op problemen.

De heer Rougoor geeft aan dat bij nieuwbouw veel aanplant verdwijnt. Hij oppert de compensatie aan te brengen aan de rand van de industrieterreinen waardoor je een verzachtende overgang krijgt naar het buitengebied.

De heer Harfsterkamp antwoordt dat je dan wel bos haalt naar ongewenste gronden.

De heer Koster wil weten of er in Winterswijk ervaring is met de aanleg van nieuwe natuur.

De heer Harfsterkamp geeft aan dat er in Winterswijk al veel ervaring is en er is een behoorlijke toename van nieuwe natuur. In het Nationaal Landschap zijn er ook goede voorbeelden van te vinden. Ook valt er op sommige plaatsen een teruggang te bespeuren.

De voorzitter vermeldt dat bij de industrieterreinen alle grond maximaal wordt benut. Moet je nu zeggen dat er stroken voor beplanting moeten komen?

De heer Krabben geeft aan dat je industriegrond wel voor beplanting kan benutten maar dan zal geld kosten. Overigens hebben wij het in Oost Gelre goed geregeld zo vermeldt hij. Bij de kerkdorpen zijn er goede plannen inclusief de aanplant.

De heer Rougoor oppert om bij bepaalde projecten de burgers op te roepen met goede plannen te komen.

De heer Vrieselaar geeft aan dat er vanuit Aalten diverse groepen al bezig zijn elkaar hierin te stimuleren. Laat het aan de mensen zelf over vindt hij.

De voorzitter sluit hiermee dit onderwerp af en bedankt de heer Harfsterkamp voor zijn bijdrage.

8. Stand van zaken werkgroepje kapvergunningspraktijk Wet Flora en Fauna.

De voorzitter vermeldt dat een lid van het werkgroepje zich heeft teruggetrokken en dat het werkgroepje nu nog uit twee personen bestaat. De heer te Winkel geeft aan dat de bosgroep in opdracht van de provincie een nieuw onderzoek naar de vleermuizen heeft opgestart. De provincie is hoogst ongelukkig met hoe het is gegaan. Hij stelt voor te wachten op de resultaten van dit onderzoek. Mogelijk komen daar andere dingen uit. Hij hoopt dat de gestaakte bomenkap alsnog kan plaatsvinden. Afgesproken wordt dat het werkgroepje de bosgroep informeert over hun bestaan. Het werkgroepje houdt zich beschikbaar voor verdere informatie.

9. Monumentale bomen.
Toelichting: Veel monumentale bomen zijn in Winterswijk verloren gegaan. De secretaris komt met informatie hoe het in de gemeenten is geregeld.

De secretaris heeft een zevental vragen uitgezet bij de deelnemende gemeenten. Hij heeft dit overzichtelijk in een korte notitie weergegeven. De tekst spreekt voor zichzelf en behoeft geen nadere toelichting.

Er volgt een korte discussie over de vraag om monumentale bomen op te nemen in het bestemmingsplan. Op deze wijze wordt de groeiplek beschermd. Dit wordt door de werkgroep als te knellend ervaren. Als de boom sterft moet er op diezelfde plaats weer een boom terug geplaatst worden terwijl een andere plaats misschien beter zou zijn. Maar dan is een bestemmingsplan wijziging noodzakelijk. De werkgroep is van mening dat je het moet laten zo als het op dit moment bij de gemeenten is. De voorzitter bedankt de secretaris voor deze bijdrage.

De notitie van de secretaris is als bijlage in dit verslag opgenomen.

10. Bestemmingsplan versus Natura 2000 gebieden.
Toelichting: Wethouder Gommers heeft een gesprek gehad met bureau SAB over de problematiek en zal de laatste stand van zaken weergeven.

Wethouder Gommers heeft een notitie gemaakt over de problematiek die hij in het kort toelicht. Hij heeft een aantal voor- en nadelen op de rij gezet. Het opstellen van een planmer geeft de meeste kans van slagen, zo houdt hij zijn gehoor voor.

De voorzitter vraagt of de gedachte van het advies van de werkgroep “Grond voor verandering” hier niet in is opgenomen.

Wethouder Gommers geeft aan dat je dan eigenlijk kiest voor optie 1. Je dient dan de ammoniakbeperkende maatregelen als voorwaarde in het bestemmingsplan op te nemen.

De heer Schoemaker geeft aan dat het advies “Grond voor verandering” betrekking heeft op intensieve veehouderijen. Het gaat er hier meer om grondgebonden veehouderijen.

De heer Vrieselaar wijst op het krantenartikel Balkenende: sneller starten met projecten in de NRC van 24 maart jl. Projecten moeten sneller gestart kunnen worden om zo de economie aan te jagen. Hij is evenals mevrouw Zomer voor optie 3. Ga zorgvuldig te werk maar wel met een goed resultaat.

De heer Krabben vraagt hoelang het bij optie 3 dan gaat duren.

Wethouder Gommers geeft aan dat je voor een planmer zo’n 3 maanden nodig hebt. Er komt in mei 2009 een notitie over de planmer naar de raadscommissie en de raad. De verwachting is dat bij bedrijven met een vergunning de vergunde ruimte meer bedraagt dan het feitelijke gebruik. Daardoor wordt het alleen maar complexer. Je zult alle mogelijkheden op een bouwkavel in beeld moeten hebben. Dat is significant. Hiernaar zal dus een gedegen onderzoek naar gedaan moeten worden.

De heer Krabben geeft aan dat bij Oost Gelre het bestemmingsplan Buitengebied al is vastgesteld. Je loopt dus een kans dat het bij ons per individueel geval niet goed gaat. Hij stelt voor om als gemeenten in het Nationaal Landschap gezamenlijk op te trekken.

Wethouder Gommers geeft aan dat een planmer voor het buitengebeid van Winterswijk gemakkelijk is te vertalen naar het buitengebied van de deelnemende gemeenten. Indien Winterswijk een planmer heeft zal hij dit communiceren naar de andere gemeenten. Hijzelf zal hier het initiatief voor nemen.

De heer Koster geeft aan dat Berkelland bezig is met het bestemmingsplan Buitengebied. Dat wordt wel 2010 voordat het vastgesteld is. Als Winterswijk een planmer heeft komt dat wel mooi uit.

De heer Krabben maakt zich ongerust over het vervolg van het advies “Grond voor verandering”. Hij heeft het gevoel dat dit een zachte dood sterft. Hij wil graag voortgang zien, wil het kunnen volgen.

De heer Vrieselaar vermeldt dat het advies “Grond voor verandering” in Aalten op
2 april a.s. wordt behandeld in de raadscommissie ROWM en op 21 april 2009 in de raad.

Wethouder Gommers geeft aan voornemens te zijn het advies “Grond voor verandering” op de agenda te zetten voor het volgende IPO-overleg. Hieraan nemen de vier gemeenten van het Nationaal Landschap Winterswijk deel. Dit overleg is als voorbereiding op de vergadering van de Streekcommissie. Hij zal de resultaten aan de werkgroep terugkoppelen.

De heer Schoemaker geeft aan dat er een evaluatie komt van het reconstructieplan. Echter hij verwacht geen verandering van de ingezette koers.

De heer Krabben geeft aan dat er in Oost Gelre geen animo is om naar de Landbouw Ontwikkelings gebieden (LOG’s) te gaan. Men wil op de huidige locatie blijven boeren.

De heer Koster geeft aan dat men in Berkelland vindt ook in de verwevingsgebieden mogelijkheden moeten komen voor de boeren.

De voorzitter geeft het woord aan de heer Tiggeloven, coördinator van het Platform Nationaal Landschap die op de tribune zit. Hij geeft aan dat er mogelijk ruimte komt voor een gebiedseigen aanpak. Je dient het verhaal in de consultatieronde goed weg te zetten is zijn mening. De weg via het IPO-overleg naar de Streekcommissie is een juiste weg volgens hem. Er komen wat scheurtjes in het bastion.

De memo van wethouder Gommers is als bijlage in dit verslag opgenomen.

11. Rondvraag.

De heer Schoemaker maakt melding van het rapport “Kracht van koeien” springplank naar een duurzame veehouderij. Hij stelt voor dit op de agenda van de raadswerkgroep NL te zetten. De voorzitter zal eerst bekijken of dit een geschikt onderwerp is.

De heer Wikkerink (voorzitter van LTO-Noord, afdeling Gelderland) krijgt, vanaf de tribune, het woord van de voorzitter. Hij meldt dat het erg stroperig gaat bij de provincie. Er is € 8,- miljoen beschikbaar voor innovatieve projecten. Echter die voldoen niet aan de bestaande kaders dus komt er geen geld. Ook vindt hij dat er een agenda moet komen voor innovatieve samenwerking in dit gebied. De projecten gefinancierd uit het Landschapsfonds zouden niet behoeven te passen binnen de bestaande kaders van het huidige beleid. Hij adviseert de knelpunten te benoemen en die vervolgens naar de provincie (gedeputeerde Keereweer) te sturen.

De heer Schoemaker en wethouder Gommers zijn bij de gedeputeerde Keereweer geweest. Er is geld beschikbaar op basis van een daartoe strekkende aanvraag. Het probleem is, zo geeft hij aan, dat een project getoetst wordt aan de groene en blauwe dienstencatalogus en het moet ook voldoen aan het LOP van de betreffende gemeente. Op het moment dat de aanvraag is ingediend zal de provincie die snel in behandeling nemen hebben ze te horen gekregen.

Afgesproken wordt om de knelpunten op de rij te zetten en die per brief naar de provincie te sturen. De heer Schoemaker maakt hiervoor een concept die eerst aan de leden van de werkgroep voor commentaar rondgestuurd zal worden. Hierop dient binnen 48 uur gereageerd te worden.

12. Volgende vergadering + agendapunten.

De volgende vergadering is op 29 april 2009 vanaf 19.30 uur in de raadzaal van het raadhuis van Winterswijk. De agendapunten worden te zijner tijd bekend gemaakt.


13. Sluiting.

Niets meer aan de orde zijnde sluit de voorzitter de vergadering.


Aldus vastgesteld op 29 april 2009,

de voorzitter, de secretaris,

D.L. Willink, M.J. Meinema.






AFSPRAKENLIJST d.d. 30 maart 2009:

Nr. Datum: Inhoud: Door: Termijn:
1. 19-12-2007 Planning evaluatie Recon-structieplan opnemen in vergaderschema werkgroep. Secretaris/de heer Schoemaker Na de zomer 2008
2. 02-04-2008 Opmerkingen werkgroep over beschikbare gelden voor projecten in Nationaal Landschap Winterswijk ter sprake brengen in het overleg met de provincie Gelderland. Wethouder Gommers Continu
3. 07-07-2008 Projectenlijst platform NLW.
De werkgroep verzoekt om periodieke toezending van de lijst.
Secretaris Continu
4. 04-03-2009 Inventarisatie knelpunten aanvraag gelden voor innovatieve projecten. de knelpunten zullen per brief naar de provincie worden gestuurd. Schoemaker z.s.m.





Bijlage: Overzicht beleid monumentale bomen in de gemeenten Aalten, Berkelland, Oost Gelre en Winterswijk.


Onderstaand een aantal vragen die uitgezet zijn bij de deelnemende gemeenten van de werkgroep Nationaal Landschap en de antwoorden daarop over het monumentale bomenbeleid.


De gemeente Berkelland heeft eerst kort iets gezegd over het bomenbeleid. De ingezonden tekst wordt hierna weergegeven.


“ Wij zijn vanaf 2006 gaan werken met een beperkte vergunningplicht voor het kappen van bomen binnen de bebouwde kom. Dit hebben we gedaan door een 'bijzondere' bomenlijst op te stellen. Hiervoor zijn zowel particuliere als openbare bomen geïnventariseerd. Wat voldeed aan de criteria staat op de lijst. Bomen die hier niet op voorkomen zijn vrij te kappen. In dit beleid is bewust gekozen voor de term 'bijzondere' boom. Dit vanuit de gedachte dat niet alleen daadwerkelijke monumenten (vaak volgens het criteria leeftijd of voorkomen) het beschermen waard zijn. Ook bijvoorbeeld zeldzame soorten, rare groeivormen, geschonken-, als aandenken of als herplant geplant kunnen bijzonder zijn. De term monumentale boom wordt in ons beleid alleen gebruikt voor bomen die op de lijst van de Bomenstichting staan. In de onderstaande vragen is het woord monument vertaald als bijzonder”.



Vraag 1: Hebben jullie in je gemeente de monumentale bomen geïnventariseerd?


Gemeente Aalten: Nee, binnen onze gemeente zijn niet alle monumentale bomen geïnventariseerd. Er is in het verleden wel een beperkte inventarisatie gedaan naar monumentale bomen, deze vormen nu grotendeels onze monumentale bomenlijst.


Gemeente Berkelland: Ja. Binnen de bebouwde kom en op erven en tuinen in het buitengebied.


Gemeente Oost Gelre: Ja. Alle bijzondere bomen zijn geïnventariseerd zowel van gemeente als particulier. Binnen en buiten de bebouwde kommen. Momenteel loopt de inspraakprocedure.


Gemeente Winterswijk: Ja, de gemeentelijke en particuliere monumentale bomen zijn geïnventariseerd. De gemeentelijke bomen zijn opgenomen in het Bomenbeleidsplan. De raad heeft er destijds voor gekozen om de particuliere bomen niet in het Bomenbeleidsplan op te nemen.



Vraag 2: Zo ja, is dit een inventarisatie van zowel particuliere bomen als die waarvan de gemeente eigenaar is?


Gemeente Aalten: De inventarisatie bestond uit voornamelijk gemeentelijke bomen. Particuliere bomen zijn hierin wel meegenomen maar alleen wanneer deze op vrijwillige basis geregistreerd waren.


Gemeente Berkelland: Ja. Wij hebben een 'bijzondere' bomenlijst opgesteld voor bomen op erven en tuinen buiten de bebouwde kom en een 'bijzondere' bomenlijst voor openbare bomen binnen de bebouwde kom. We zijn bezig met het afronden van een lijst voor 'bijzondere' bomen op erven en tuinen buiten de bebouwde kom.


Gemeente Oost Gelre: Zie bij vraag 1.


Gemeente Winterswijk: Zie bij vraag 1.



Vraag 3: Is er ook een inventarisatie voor het buitengebied?


Gemeente Aalten: Nee.


Gemeente Berkelland: Voor erven en tuinen wel. Voor landschappelijke beplantingen en houtopstanden die onder de Boswet vallen worden geen lijsten opgesteld. Hiervoor blijft de ‘normale’ aanvraag kapvergunning noodzakelijk.


Gemeente Oost Gelre: Zie bij vraag 1.


Gemeente Winterswijk: Nee, behoudens enkele particuliere bomen, die staan op de lijst van de Bomenstichting.



Vraag 4: Hoe is bij jullie de bescherming van deze monumentale bomen geregeld, bijvoorbeeld verordening en/of bestemmingsplan?


Gemeente Aalten: De bescherming van monumentale bomen is opgenomen in een regeling Waardevolle bomen welke zo ook is opgenomen in de gemeentelijke kapverordening.


Gemeente Berkelland: In de Bomenverordening.


Gemeente Oost Gelre: De bomen vallen onder de APV waarin een artikel m.b.t. een vergunningstelsel is opgenomen.


Gemeente Winterswijk: Monumentale bomen en gewone bomen worden gelijk behandeld conform de Bomenverordening. Houtopstanden in het algemeen in het buitengebied worden eveneens beschermd door het bestemmingsplan.



Vraag 5: Bestaat er een subsidieregeling voor monumentale bomen?



Gemeente Aalten: Ja, een bijdrage in het onderhoud/beheer.


Gemeente Berkelland: Nee.


Gemeente Oost Gelre: Ja inderdaad. Er is een budget beschikbaar gesteld, echter m.b.t. de uitvoering dient nog besluitvorming plaats te vinden (er zijn veel bomen en er is te weinig budget, daar moeten we nog een modus voor vinden).


Gemeente Winterswijk: n.v.t.



Vraag 6: Wie doet het onderhoud voor deze bomen?



Gemeente Aalten: Dat is afhankelijk van het noodzakelijke onderhoud. Bij gemeentelijke bomen doen wij dit zelf tenzij wij de ingrepen door het ontbreken van de benodigde kennis of materieel zelf niet kunnen uitvoeren. Dan wordt dit door een hierin gespecialiseerde onderneming gedaan. Bij particulieren verlangen wij dat het onderhoud door een hierin gespecialiseerd boomverzorgingsbedrijf wordt gedaan.


Gemeente Berkelland: De eigenaar moet dit zelf regelen.


Gemeente Oost Gelre: Het onderhoud is voor de eigenaren. De inspectie wordt door de gemeente uitgevoerd. Wellicht gaan we groot onderhoud geclusterd coördineren (zie ook bij vraag 5).


Gemeente Winterswijk: n.v.t.



Vraag 7: Hoe is de handhaving geregeld?



Gemeente Aalten: De handhaving is geregeld in de kapverordening. Gemeentelijke bomen worden jaarlijks geschouwd. Particuliere bomen niet.


Gemeente Berkelland: Onze dorpswachten controleren de herplant en houden kapgerelateerde zaken in de gaten.


Gemeente Oost Gelre: Regulier binnen de afdeling Bouwen en Milieu op basis van de APV.


Gemeente Winterswijk: Handhaven in het algemeen door de gemeente en de provincie (Boswet).




Raadswerkgroep NL,

30 maart 2009,

Martin Meinema.



Bijlage: Gemeente Winterswijk Memo




Aan : Raadswerkgroep Nationaal Landschap Winterswiijk / Presidium
Van : Rik Gommers
C.c. : Arie Schoemaker, Joachim Tuenter, Linda Roeterink, B&W
Betreft : Relatie bp buitengebied - Natura 2000
Datum : 28-03-09

Voorontwerpbestemmingsplan buitengebied

Voor de te maken keuze hoe we nu de verder de procedure ingaan, gaan we er vooralsnog vanuit dat zoveel mogelijk de principiële uitgangspunten van het plan overeind moeten blijven. Grofweg: “Vinger aan de pols, maar daar waar dat niet nodig is bij rechte, dan wel via vrijstellingen, ruimte bieden”. Daarnaast willen we zoveel mogelijk waarborgen dat e.e.a. “Raad van State – proof” is.


Het voorontwerp van het bestemmingsplan buitengebied heeft twee jaar geleden voor de inspraak ter inzage gelegen. Ook heeft toen het vooroverleg met diverse organisaties plaatsgevonden. Vorig jaar juni heeft de commissie Burger & Ruimte de opgestelde algemene reactienota behandeld. Deze dient als uitgangspunt voor het beantwoorden van de ingediende inspraak- en vooroverlegreacties.


Op dit moment zijn we bezig met het verwerken van de inspraakreacties. Ondanks het tijdsbeslag dat de N2000 problematiek vergt, zijn er van de ca. 500 die zijn ingediend, nu ambtelijk ca. 400 behandeld. Daarnaast screenen we het voorontwerp ambtshalve nog op maatvoering e.d..


Relatie bestemmingsplan – Natura 2000

In de loop van vorig jaar hebben we geconstateerd dat het bestemmingsplan rekening moet houden met de Natura 2000-gebieden. In Winterswijk hebben we vier van dergelijke gebieden (Willinks Weust, Bekendelle, Korenburgerveen en Wooldse Veen). Ondanks dat deze gebieden nog niet formeel zijn aangewezen (volgens de Natuurbeschermingswet), zijn we wel verplicht om een bestemmingsplan te maken dat met de Natura 2000-regelgeving rekening houdt. Verschillende uitspraken van de Raad van State maken duidelijk dat onderzoek noodzakelijk is. De wetgeving en jurisprudentie geven aan dat een gemeenteraad een bestemmingsplan slechts mag vaststellen als:

1) de raad op grond van objectieve (wetenschappelijke) gegevens kan uitsluiten dat het plan significante gevolgen heeft voor het betrokken gebied, of

2) de raad op basis van een uitgevoerde passende beoordeling zekerheid heeft verkregen dat het plan geen schadelijke gevolgen heeft voor de natuurlijke kenmerken van het betrokken gebied.

Met andere woorden: voor plannen die significante gevolgen kunnen hebben voor het desbetreffende gebied, moet de raad alvorens het plan vast te stellen een passende beoordeling van de gevolgen voor het gebied maken, waarbij rekening wordt gehouden met de instandhoudingdoelstelling van dat gebied. Zodra er een passende beoordeling nodig is, is er ook een planmer (milieueffect-rapportage) nodig. Dit is een procedure met eigen procedureregels (termijnen e.d.) op basis van de Wet Milieubeheer.


Habitattoets

In september 2008 hebben wij het SAB (stedenbouwkundig bureau dat het voorontwerp gemaakt heeft) opdracht verstrekt om een voortoets van een passende beoordeling te doen. Zij hebben gekeken naar de mogelijke effecten die de activiteiten die in het bestemmingsplan bij recht worden toegestaan kunnen hebben op de verschillende Natura 2000-gebieden. Hierbij is uitgegaan van de instandhoudingsdoelstellingen van de gebieden.

Deze voortoets heeft geresulteerd in een conceptrapport waarin geconcludeerd wordt dat, indien het bestaande voorontwerp als ontwerpplan in procedure wordt gebracht, niet uit te sluiten valt dat er significante gevolgen zullen zijn voor de Natura 2000-gebieden. Het grootste probleem doet zich voor bij de agrarische bestemmingen en dan voornamelijk de bouwblokken, aangezien we daar bij rechte toestaan dat het gehele bouwblok volgebouwd wordt.


Voor het kunnen maken van een goede beoordeling van de mogelijke significante effecten is het noodzakelijk dat we een actueel bestand met milieugegevens hebben. Op dit moment is er een project gaande waarbij de bestaande agrarische activiteiten (vergunningen / meldingen) in kaart gebracht worden. Deze inventarisatie is op 1 april afgerond.


Vervolgprocedure

Als de conclusies uit de milieuinventarisatie bekend zijn, zullen wij een voorstel richting bestuur maken waarin wij de verschillende opties (mbt het bestemmingsplan) met voor- en nadelen benoemen en een ambtelijk advies zullen geven.


Er moet een keuze gemaakt worden over hoe we verder gaan. De volgende keuzes staan open:

1) Geen nader onderzoek, voorontwerpbestemmingsplan niet aanpassen ikv Natura 2000 (zie gemeente Brummen);

2) Geen nader onderzoek, voorontwerpbestemmingsplan wel aanpassen ikv Natura 2000 (concreet betekent dit de agrarische bestemmingen inperken);

3) Nader onderzoek doen en de planmerprocedure inclusief passende beoordeling volgen. Vervolgens naar aanleiding van de uitkomst van de planmer het bestemmingsplan aanpassen. Insteek zal zijn om het voorontwerp zoveel mogelijk in stand te houden.


Hieronder de verschillende voor- en nadelen:


Keuze Voordelen Nadelen
1 - Ontwerpbestemmingsplan kan snel in procedure;
- Politiek statement;
- Agrarische bestemming blijft flexibel.
- Grote kans dat het plan door de Raad van State vernietigd wordt.
2 - Ontwerpbestemmingsplan kan snel in procedure - Kans dat het plan door de Raad van State vernietigd wordt gering;
- Agrarische bestemming wordt ingeperkt De politiek kan uitspreken dat er zodra er duidelijkheid is omtrent de beheerplannen en de relatie tussen Natura 2000 en bestemmingsplannen buitengebied, er direct een herziening mbt agrarische bestemmingen opgestart wordt. ;
- Kans op planschade, aangezien het bp het eerste plan is dat rechten inperkt.
3 - Kleine kans dat het plan door de Raad van State vernietigd wordt;
- Door de planmerprocedure te doorlopen ontstaat meer duidelijkheid over feitelijke situatie en de gevolgen op Natura gebieden;
- De planmer voor het gehele buitengebied kan als uitgangspunt dienen bij de planmerprocedures die in de toekomst voor diverse partiële plannen nodig zijn. (minder privaat geld)
- Planmerprocedure kost tijd en (publiek) geld.


In de vergadering van de raadscommissie Burger & Ruimte van 13 mei wordt een presentatie gegeven over Natura 2000. In deze presentatie komen drie onderdelen aan bod: conclusies milieuinventarisatie, stand van zaken beheerplannen en relatie met het bestemmingsplan buitengebied. Daarna wordt de eventuele planmerprocedure zo spoedig mogelijk gestart. Een planmerprocedure neemt gemiddeld ca. 3 maanden in beslag.


1. De politiek kan uitspreken dat er zodra er duidelijkheid is omtrent de beheerplannen en de relatie tussen Natura 2000 en bestemmingsplannen buitengebied, er direct een herziening mbt agrarische bestemmingen opgestart wordt.


Uitgelicht

Terug naar www.winterswijk.nl

Inloggen raads- en commissieleden


Zoeken