Analyse inventarisatiefase

Het resultaat van de inventarisatiefase geeft een goed beeld van overeenkomstige en verschillende inzichten van overheid, burger en belangenorganisaties als het gaat om een vitaal en leefbaar buitengebied.

Dat beeld is belangrijk om uiteindelijk weloverwogen keuzes te kunnen maken. Daar waar nodig kan tijdig gezocht worden naar oplossingen als er sprake is van tegenstrijdigheid in belangen. Uiteindelijk hebben partijen elkaar nodig om belangen te behartigen en doelen te kunnen realiseren. Samenwerking!
Het onderstaande overzicht laat cijfermatig zien waarop de inventarisatie is gebaseerd:

  • 38 beleidsnota’s: (zowel rijk, provincie, waterschap, regio als gemeente)
  • Interviews belangenorganisaties: 25 interviews met belangenorganisaties
  • Bewonersavonden: 256 aanwezigen, ca. 2200 meningen

Hieronder staat per thema in hoofdlijnen beschreven wat de overeenkomsten en verschillen zijn tussen verschillende belangen. Uiteindelijk maakt dit ook inzichtelijk welke keuzes in de ontwerpfase, bij het opstellen van de omgevingsvisie, gemaakt moeten worden. Het gaat om dezelfde thema’s die ook in het plan van aanpak staan genoemd.

1. Overeenkomsten en verschillen per thema

1.1. Wonen

Wonen wordt door vele gezien als belangrijke drager voor het buitengebied. Onder andere ten behoeve van de leefbaarheid. De meeste partijen constateren dat er voldoende woningen zijn. Echter, het aanbod sluit niet altijd aan bij de wens van bepaalde doelgroepen. Bijvoorbeeld jongeren die op zoek zouden zijn naar een betaalbare woning.


Op regionaal niveau zijn afspraken gemaakt over het aantal toe te voegen woningen per gemeente. Dit is gebaseerd op demografische ontwikkelingen. Een toenemende vergrijzing en ontgroening zijn in de Achterhoek van toepassing. Dit is vooral bepalend voor een goede kwalitatieve woningvoorraad. Het aantal huishoudens is bepalend voor de vraag naar woningen. Die is voor de komende jaren nog stijgend, maar zwakt na 2030 af. Voor het buitengebied is een woningbouwcontingent toegekend voor het maximaal toevoegen van 50 wooneenheden na 1 januari 2010. Anno 2016 resteren nog zo’n 30 woningen binnen dit toegekende contigent. Het is wel een opgave om te bepalen waar en onder welke voorwaarden nog wooneenheden aan het buitengebied toegevoegd kunnen worden. Het huidige beleid biedt hiervoor mogelijkheden door middel van herbestemming van cultuurhistorisch waardevolle panden, sloop en nieuwbouw van een woning, inwoning, een nieuw landgoed, een ‘plattelandswoning’ (rijksregeling) en mantelzorgwoningen (vergunningvrij, rijksregeling).


Vanuit de buurtschappen komt de wens om als overheid niet star vast te houden aan woningbouwcontigenten, zoals vastgelegd in het gemeentelijk woonbeleid. Een andere belangrijke uitkomst van de informatieavonden voor bewoners is de wens om woningsplitsing volop mogelijk te maken. Het huidige beleid van de gemeente maakt dat onder voorwaarde mogelijk, waarbij de ‘kuubregeling’ (minimale en maximale inhoudsmaat m3 van woningen na splitsing) van toepassing is. Het voorstel van de buurtschappen is om dat af te schaffen. Dat maakt het splitsen van woningen in kleinere eenheden betaalbaarder. De gemeente heeft destijds voor de kuubregeling (met een minimale inhoudsmaat voor wooneenheden) gekozen om na splitsing verdere verstening tegen te gaan wanneer sprake is van een uitbreidingsvraag van een al gesplitste woning.


Op de bewonersavonden is beperkt gesproken over nieuwe landgoederen. Een aantal keer is wel genoemd dat recent gerealiseerde landgoederen qua beeldkwaliteit van de woning niet in het Winterswijkse landschap passen. Uit een door de raad vastgestelde evaluatie blijkt dat verplichte natuurontwikkeling lang niet altijd is gerealiseerd. Het is de vraag of het stichten van een nieuw landgoed in de toekomst mogelijk moet zijn. Dit gezien het woningbouwcontingent en het effect ervan op natuur en landschap.

1.2. Cultuurhistorie en landschap

Het landschap wordt door alle partijen als zeer waardevol beschreven en moet ook behouden blijven. Dat geldt ook voor cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en objecten. Het fraaie en unieke Winterswijkse coulissenlandschap biedt ook economische kansen. Met name op het gebied van vrijetijdseconomie. Bovendien vormt het een mooi decor om in te wonen en te werken. Echter, veel partijen gaven aan dat het buitengebied van Winterswijk niet moet veranderen in een ‘parklandschap’ waarin geen enkele economische en ruimtelijke ontwikkeling meer mogelijk is. Wonen, werken, recreëren, landschap en cultuurhistorie moeten hand in hand gaan. Daarin is het telkens zoeken naar balans, waarbij de locatie specifieke eigenschappen maatgevend/kaderstellend zijn voor de mate waarin nieuwe ontwikkelingen mogelijk zijn. Het huidige beleid zet ook in op ‘behoud door ontwikkeling’ als het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen in het Winterswijkse buitengebied.


Het huidige beleid is wel heel terughoudend als het gaat om nieuwbouw. Dat leidt tot extra verstening en past niet in het landschap. Uit de inventarisatie blijkt dat inwoners en belangenorganisaties nieuwbouw lang niet altijd als belemmerend zien. Landschappelijke inpassing en een goede beeldkwaliteit, eventueel in combinatie met sloop van ‘ontsierende’ gebouwen, zijn kaders die bepalen dat nieuwbouw in sommige gevallen een meerwaarde kan zijn.

1.3. Landbouw

De agrarische sector is in ontwikkeling. Nederland produceert exporteert veel vanuit deze sector en is een belangrijke partij op de wereldmarkt. Dat leidt concreet tot schaalvergroting van agrarische bedrijven. Ook de roep om steeds duurzamer te produceren wordt steeds groter. Dierenwelzijn, milieu en volksgezondheid spelen daarbij een rol. Die ontwikkelingen zijn ook terug te zien in het Winterswijkse buitengebied. ‘Grootschalig boeren in een kleinschalig landschap’ is hier een veel gebruikte uitspraak.


In het huidige beleid van de gemeente staat dat de agrarische sector belangrijk is voor het buitengebied van Winterswijk. Dit vanuit economisch, sociaal én landschappelijk opzicht. De agrariërs worden mede gezien als ‘beheerders’ van het Winterswijkse landschap, dat zich mede kenmerkt door de aanwezigheid van agrarische gronden. Een onderwerp dat zich in de ontwerpfase nader moet uitkristalliseren is tot in welke mate de agrarische sector kan blijven ontwikkelen in combinatie met de consequenties ervan (milieu, volksgezondheid, dierenwelzijn en landschap). Zowel voor grondgebonden en niet-grondgebonden agrarische bedrijven. De provincie Gelderland werkt op basis van haar omgevingsvisie aan een zogenaamd ‘plussenbeleid’. Dit wil zeggen dat bij uitbreiding van een grondgebonden bedrijf boven een vastgestelde norm een tegenprestatie geleverd moet worden op dierenwelzijn, ruimtelijke kwaliteit, milieu en/of volksgezondheid. Dit beleid moet nog definitief vorm krijgen. Op de bewonersavonden is diverse malen aangegeven dat de komst van ‘megastallen’ ongewenst is. De beeldvorming is daarover nog wisselend. De één gaat uit van het aantal dieren in een stal, de ander van de omvang van een stal. Moeten we kiezen voor dierenwelzijn of voor de ruimtelijke impact van een stal? Naast schaalvergroting zijn sommige agrariërs ook op zoek naar neveninkomsten ten behoeve van het bedrijfseconomisch perspectief. Het is van belang die nevenactiviteiten binnen bepaalde voorwaarden dan ook als overheid te faciliteren. Op dit moment is dat reeds het geval.


De afgelopen jaren heeft de gemeente diverse aanvragen gehad om de bestemming te wijzigen van ‘wonen’ naar ‘agrarisch’. In die gevallen lag er een wens om een paardenhouderij op te starten. Het gemeentelijke beleid biedt onder voorwaarden de mogelijkheid om die bestemmingswijziging door te kunnen voeren.


In het buitengebied komt het voor dat agrariërs stoppen met de bedrijfsvoering, onder andere door het gebrek aan een bedrijfsopvolger. Dat leidt tot leegstaande gebouwen. De gemeente kent een regeling die functieverandering mogelijk maakt. Die mogelijkheden en flexibiliteit wordt over het algemeen goed gewaardeerd. Het is de vraag of voor alle vrijkomende (agrarische) bebouwing een herbestemming te vinden is. Dat lijkt er niet op. Het is dan een vraagstuk wat met (vrijkomende) agrarische gebouwen gebeurt? Verpaupering van het landschap is vanuit toeristisch recreatief oogpunt maatschappelijk niet gewenst. Is slopen dan een optie en wie betaalt dat? De kosten kunnen oplopen als er asbest in of op de gebouwen aanwezig is. De landelijke wetgever heeft bepaald dat die asbest voor 2024, vanuit gezondheidsredenen, moet zijn opgeruimd. Uiteindelijk is het van belang dat verschillende partijen, ook de gebouweigenaren, hun verantwoordelijkheid nemen als het gaat om vrijkomende (agrarische) bebouwing en de nadelige (maatschappelijke) effecten ervan. Naast het functieveranderingsbeleid wordt er op dit thema vanuit de Achterhoek gewerkt aan een zogenaamde ‘Asbesttrein’ (gezamenlijk, kostenbesparend, afvoeren van asbest) en diverse pilots gericht op ‘Zon op erf’.

1.4. Niet-agrarische bedrijvigheid

In het buitengebied van Winterswijk treffen we ook veel vormen van bedrijven aan, niet zijnde agrarisch. Voorbeelden zijn loonbedrijven en bouwbedrijfjes. Met de afname van het aantal agrarische bedrijven neemt het belang van andere vormen van economie steeds verder toe voor de vitaliteit en leefbaarheid van het buitengebied. Het is dan ook de vraag in hoeverre die niet-agrarische bedrijvigheid zich verder kan ontwikkelen. Uit de informatieavonden en interviews met belangenorganisaties blijkt dat hier tot op zekere hoogte ruimte voor moet zijn. Zeker als het gaat om uitbreiding en ontwikkeling van bestaande niet-agrarische bedrijvigheid. Het heeft de voorkeur dat die ontwikkeling plaatsvindt in bestaande bebouwing. Het kan echter voorkomen dat bestaande bebouwing niet altijd geschikt is. Nieuwbouw moet dan ook een optie zijn. Veel partijen geven wel aan dat er een grens moet zitten aan de groei van niet-agrarische bedrijvigheid. Dit vanuit landschappelijk en milieukundig oogpunt. In de ontwerpfase om te komen tot een omgevingsvisie moet die grens nader bepaald worden. Ook moet nader bepaald worden of het bieden van mogelijkheden voor bedrijvigheid in het buitengebied niet ten koste gaat van het functioneren van bestaande bedrijventerreinen en leegstand ontstaat.
Het huidig gemeentelijk beleid biedt mogelijkheden voor bestaande niet-agrarische bedrijvigheid om uit te breiden, waarbij nieuwbouw ook mogelijk is. Een aandachtspunt waar altijd goed naar gekeken moeten worden bij dergelijke ontwikkelingen is de verkeer aantrekkende werking. Ook moet uit een verplaatsingsonderzoek blijken dat een bedrijf zich niet kan vestigen op een bedrijventerrein. Dit wanneer sprake is van een relatieve grote uitbreiding van een bedrijf.

1.5. Natuur

Ook de aanwezigheid van natuur wordt door partijen als waardevol bestempeld in het Winterswijkse buitengebied. Vanuit hogere overheden geniet die natuur ook een wettelijk verankerde bescherming. Denk daarbij aan de aanwezigheid van vier natura2000 gebieden in Winterswijk en de ecologische hoofdstructuur, die door de provincie is vertaald in een ‘Gelders Natuurnetwerk’ en een ‘Groene Ontwikkelzone’. Het huidige beleid van de gemeente Winterswijk richt zich op het behouden en beschermen daarvan, maar wil het beschermingsregime niet als vastgeroest harnas ervaren. Dat laatste wordt door bewoners en sommige belangenorganisaties in sommige gevallen ervaren als het gaat om het Europese Natura2000-beleid. Naast bovenstaande kwam in de inventarisatie fase het beeld naar voren dat er geen nieuwe natuurgebieden gerealiseerd moeten worden, dat leidt tot versnippering ervan. Zeker als dat niet bijdraagt aan het Gelders Natuurnetwerk. Het is wel van belang natuurgebieden aan elkaar te verbinden ten behoeve van een grotere biodiversiteit en de verplaatsingsmogelijkheden van flora en fauna.

1.6. Vrijetijdseconomie

Het Winterswijkse landschap biedt een uniek decor voor ontwikkeling van de vrijetijdseconomie. De gemeente Winterswijk beschikt dan ook over een breed scala overnachtingsmogelijkheden en dagrecreatie activiteiten. Het is wel de kunst om continu in te kunnen reageren op een snel veranderende markt als het gaat om vrijetijdseconomie. De diversiteit in aanbod van overnachtingsmogelijkheden moet inspelen op de wensen van de klant. Van ‘eco-hut’, naar safaritent tot luxe recreatiewoning. In de interviews en op de informatieavonden voor bewoners werd aangegeven dat het belangrijk is om te kunnen inspelen op die ontwikkelingen. Dat geldt dan voornamelijk voor de bestaande recreatieve bedrijven. Het ontwikkelen van nieuwe verblijfsrecreatieterrein en het zonder meer toevoegen van recreatiewoningen werd niet als gewenst gezien. Het moet gaan om de kwaliteit in plaats van de kwantiteit.
Wel is geopperd om de minicampings te kunnen laten uitbreiden naar meer plekken die nu in het gemeentelijk beleid staat genoemd, namelijk 25. Een goede landschappelijke inpassing is daarbij wel van belang. In het huidige gemeentelijk beleid is een koppeling gemaakt tussen het ontwikkelen van een nieuwe minicamping en agrarische bedrijven en percelen van waaruit een NSW-landgoed wordt beheert. Die koppeling kan volgens diverse belangenorganisaties worden losgelaten. De afgelopen jaren is het aantal minicampings in het buitengebied vrijwel stabiel gebleven.
Een ander aspect op het gebied van vrijetijdseconomie waar discussie over is gaat over het mogen houden van feesten en partijen op commerciële basis. Het huidige beleid van de gemeente Winterswijk biedt mogelijkheden voor kleinschalige en ondersteunende horeca. Er is een expliciet verbod op het mogen aanbieden van feesten en partijen. Die komt met name voort uit de wens om de bestaande horeca te beschermen. Aan de andere kant wordt genoemd dat ‘verfrissing’ in deze markt nodig is en het verbod dus opgeheven moet worden.
Tot slot:

  • Er was weinig discussie over het beleid van de gemeente over het verbod van permanente bewoning van recreatiewoningen;
  • Er ligt een wens om ’t Hilgelo aan te wijzen als ‘recreatieve ontwikkelzone’. Dit sluit overigens aan bij de gebiedsvisie voor dit gebied die door de gemeenteraad is vastgesteld.

1.7. Detailhandel

In veel opzichten is het van belang in de nieuwe omgevingsvisie buitengebied Winterswijk rekening te houden met de aanwezigheid van de kern Winterswijk met tal van voorzieningen. Zeker als het gaat om de detailhandelstructuur. Het gemeentelijk beleid zet in op het goed functioneren van het kernwinkelgebied. Ontwikkelingen daarbuiten mogen hier niet ten koste van gaan. Die hoofdlijn werd op de bewonersavonden en door belangenorganisaties onderschreven. Wel is gepleit om kleinschalige vormen van detailhandel mogelijk te maken. Dat gaat het om de verkoop van streekproducten en ter plaatste geproduceerde producten. Het huidige gemeentelijk en regionaal beleid biedt daarvoor ook mogelijkheden. Ook is er ruimte voor het behouden van de bestaande detailhandelsstructuur, zoals dat in buurtschapskernen is gevestigd. Vooral voor de dagelijkse behoefte. Ook is detailhandel binnen voorwaarden op verblijfsrecreatieve terreinen toegestaan.

1.8. Infrastructuur

Wegen, fietspaden waterwegen en spoorlijnen zijn over het algemeen structuurbepalende elementen als het gaat om de indeling van de ruimte. Het algemene beeld dat uit de inventarisatie naar voren komt is dat de kwantiteit van infrastructuur voldoende aanwezig is in het buitengebied van Winterswijk. De kwaliteit daarvan moet behouden en versterkt worden. Een paar ontwikkelingen werden op dit gebied wel als gewenst gezien, namelijk een fietspad vanuit de Rikker naar basisschool het Waliën en de realisatie van de ‘rondweg Oeding’. Wel kwam duidelijk naar voren, vooral op de bewonersavonden, dat de kwaliteit van de bestaande infrastructuur lang niet altijd voldoende is. Er werd vooral gewezen op de fietspaden die niet geschikt zijn voor het toenemende gebruik van de elektrische fiets (door toerist en bewoners van het buitengebied), die een hogere snelheid halen dan een fiets zonder die ondersteuning.
Dit in combinatie met minder goed onderhouden (zand)wegen kan leiden tot gevaarlijke situaties. Het is ook van belang dat het buitengebied goed bereikbaar is voor de hulpdiensten. De brandweer gaf onder andere aan dat het aanbod aan blusvijvers nog onvoldoende is.

Op de bewonersavonden was een grote roep om tot aanleg van glasvezel te komen. Ook de mobiele bereikbaarheid moet overal dekking hebben in het buitengebied. Dit zijn onderwerpen waar de gemeente zich ook hard voor maakt en een bijdrage aan levert.

1.9. Maatschappelijke voorzieningen

Het onderwerp maatschappelijke voorzieningen is onder te verdelen in een aantal categorieën: onderwijs, sport en zorg.

Onderwijs

Het buitengebied van Winterswijk kent diverse basisscholen. Er is een trend zichtbaar dat het aantal leerlingen afneemt. Het is de vraag of scholen open kunnen blijven in combinatie met het aanbieden van goed kwalitatief onderwijs. Op de bewonersavonden kwam duidelijk naar voren dat volgens de bewoners de basisscholen in het buitengebied open moeten blijven. Dit ten behoeve van de leefbaarheid.
Over het al dan niet openhouden van deze scholen heeft de gemeente in principe beperkt invloed. Dit ligt bij het overkoepelende bestuur van de scholen zelf (SOPOW). De gemeente gaat alleen over de huisvesting van de scholen, waarbij het onderhoud van de gebouwen bij de scholen zelf ligt, terwijl nieuwbouw of renovatie van het schoolgebouw een taak van de gemeente is. Voor de gemeente is het wel van belang dat de scholen goed en veilig bereikbaar zijn.

Sport

Het gemeentelijk beleid richt zich op het behoud van bestaande sportfaciliteiten, geen toevoeging ervan. De gemeente Winterswijk heeft de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in sportvoorzieningen aan de rand van de kern Winterswijk. Die voorzieningen zijn ook goed bereikbaar voor de bewoners van het buitengebied. Initiatieven van derden op het gebied van sport en bewegen worden gefaciliteerd. Bovenstaande beeld werd in de interviews en op de bewonersavonden gedeeld.

Zorg

Het ‘zorglandschap’ verandert. Mede vanwege een veranderende rol van de overheid. Een ieder wordt steeds meer verantwoordelijk om zelf te voorzien in een zorgbehoefte. Voor de fysieke leefomgeving is het van belang op een goede wijze in te spelen op die veranderingen. Door de ‘afgelegen’ ligging van woningen in het buitengebied is, voor ouderen of mensen die zorg nodig hebben in het buitengebied, de telefonische of digitale zorgverlening nog belangrijker dan voor mensen in een dorp of stad. Een goede internet- en telefoonverbinding is daarvoor noodzakelijk.
Het komt ook voor dat er initiatieven zijn in het buitengebied op het gebied van zorg. Het huidige gemeentelijk beleid biedt daar mogelijkheden voor. Met name door herbestemming van vrijkomende (historisch waardevolle) bebouwing. In sommige gevallen kan een initiatief leiden tot een toename van het aantal wooneenheden, die worden toegerekend aan het woningbouwcontingent van het buitengebied. Een ander aandachtspunt is hoe een zorginitiatief in het buitengebied zich verhoud tot het zorgaanbod in de kern Winterswijk. Aan de ene kant kan het daar mogelijk leiden tot leegstand in de kern Winterswijk bij doorgang van een initiatief in het buitengebied. Aan de andere kant is er mogelijk behoefte aan zorg in het buitengebied, vanwege zijn specifieke ruimtelijke setting: ‘rust en ruimte’. Dit zijn vraagstukken die in de visie nader uitgewerkt moeten worden. Overigens biedt landelijke wetgeving (WABO) de mogelijkheid om, binnen gestelde kaders, mantelzorgwoningen vergunningsvrij te bouwen. Daar worden ruimtelijk ook een aantal mogelijkheden voor geboden. Bijvoorbeeld door het plaatsen van een mantelzorgunit. Voorwaarde is wel dat er sprake moet zijn van een ‘mantelzorgsituatie’.

1.10. Duurzaamheid

Het thema duurzaamheid is één van de grootste maatschappelijke opgaves voor de (nabije) toekomst. Er ligt een opgave om als gemeente op termijn energieneutraal te zijn. Dat heeft ook een ruimtelijke impact. Er is onderzocht in welke omvang zonnepanelen, windmolens en biogasinstallaties nodig zijn om die maatschappelijke opgave te realiseren. Dat levert het volgende beeld op:

  • Zonne-energie: minimaal 314.925 zonnepanelen (63 GWh)
  • Windenergie: minimaal 20 MW aan opgesteld vermogen (ca. 10 grote windturbines)
  • Bio-energie: minimaal 1 grote biovergister en een aantal kleine boerderij vergisters
  • Besparing: minimaal 20% besparing op elektriciteitsgebruik en 40% besparing op
  • gasgebruik

Indien één van de schakels niet gerealiseerd wordt, bijvoorbeeld windenergie komt niet van de grond, betekent dit dat er door de andere bronnen extra geleverd moet worden.

Het gemeentelijke beleid biedt ruimte voor die vormen van het opwekken van duurzame energie, mits dit planologisch haalbaar is. Uit de interviews en de uitkomst van de bewonersavonden blijkt dat dat de voorkeur ligt bij het opwekken van duurzame energie via zonnepanelen en aardwarmte. Het plaatsen van plaatsen van zonnepanelen is goed mogelijk op het bestaande erf en de daken die daar aanwezig zijn. Over het plaatsen van zonnepanelen in het veld (buiten bouwvlak) zijn de meningen verdeeld. Volgens de LTO is deze ontwikkeling bezwaarlijk om dit ten koste gaat van waardevolle landbouwgrond ten behoeve van de voedselproductie. Het merendeel van de geïnterviewde en bewoners die aanwezig waren op de bewonersavonden waren tegen het plaatsen van grote windmolens. Vooral vanuit landschappelijk en milieukundig oogpunt. De meningen over een biogasinstallatie waren minder duidelijk. Het algemene beeld is dat een dergelijke installatie moet passen bij de schaal en maat van de omgeving en moet voldoen aan allerlei regelgevingen op het gebied van milieu. Ook de verkeer aantrekkende werking is een aandachtspunt. Tot slot aardwarmte: deze vorm van het opwekken van duurzame energie is met name vaak genoemd op de bewonersavonden.

1.11. Milieu

Het thema milieu is een belangrijk thema als het gaat om ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. De gemeente Winterswijk heeft voor een aantal thema’s lokaal beleid. Daarbij gaat het om geluid en externe veiligheid. Daarnaast is er op landelijk niveau diverse wetgeving gericht op specifieke milieuonderwerpen, zoals luchtkwaliteit, geur, dierenwelzijn, bodem etc. Die wetgeving is voor de gemeente Winterswijk het kader waarbinnen initiatieven planologisch worden beoordeeld op uitvoerbaarheid.

De afgelopen jaren is veel discussie geweest over het winnen naar schaliegas. De gemeente Winterswijk heeft, samen met andere Achterhoekse gemeenten, richting de provincie en het rijk kenbaar gemaakt tegen het winnen van Schaliegas (inclusief de proefboringen). Dit vanuit mogelijke negatieve effecten op het gebied van milieu (drinkwatervoorzieningen) en het landschap.

1.12. Water

Het beleid op het gebied van water wordt voornamelijk gevormd door de provincie en het Waterschap Rijn en IJssel. Daarvoor zijn een aantal aspecten voor de gemeente Winterswijk van belang:

  • Behoud, bescherming en ontwikkeling van diverse (ecologisch zeer waardevolle) beken en natte landnatuur;
  • Bescherming van een grondwaterbeschermingsgebied bij Corle;
  • Een goede kwalitatieve en kwantitatieve afvoer van water.

Tijdens de interviews met belangenorganisaties en de bewonersavonden zijn hier geen grote vraag/discussie punten naar gekomen.

1.13. Cultuur

Vanuit de interviews met belangenorganisaties wordt aangegeven dat er in het buitengebied voldoende cultuuraanbod is. Het is de kunst om culturele evenementen stevig op de kaart te zetten. Tevens wordt aangegeven dat het culturele aanbod voor jongeren in het buitengebied nog beperkt is. Het is de bedoeling dat op ’t Hilgelo meer evenementen georganiseerd gaan worden, die wellicht ook voor die groep aantrekkelijk is. Vanuit de gemeente ligt de ambitie om het culturele aanbod rondom de Steengroeve te versterken. Dit met het project ‘Terra Temporalis’.
Het buitengebied kent een sterk sociaal netwerk dat gevormd wordt door de aanwezigheid van een grote verscheidenheid aan verenigingen. Dat netwerk uit zich ook in de jaarlijkse volksfeesten per buurtschap. Daarnaast kent elk buurtschap een eigen bestuur dat zich inzet voor de leefbaarheid hiervan. Die buurtschappen werken samen in het buurtschappenvisieoverleg. Het is van groot belang voor een vitaal en leefbaar buitengebied om dat sterke sociale netwerk te behouden en te faciliteren: naoberschap!

1.14. Beeldkwaliteit/Welstand

Uit de inventarisatiefase blijkt dat beeldkwaliteit/welstand (ook bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen) hoog gewaardeerd wordt. Dat vanwege de hoge landschappelijke waarde die aan het buitengebied wordt toegekend. Het huidige welstandsbeleid voor het buitengebied voorziet hierin. Onderdeel van dat welstandsbeleid is de kadernota ‘Achterhoekse erven veranderen’, dat inzet op een goede inrichting van het erf bij erftransformatie. Bijvoorbeeld als gevold van functieverandering. Voorbeelden van uitgangspunten hiervan zijn de realisatie van een ‘compact erf’ en een goede verhouding in schaal en maat van bebouwing.

1.15. Beleid van hogere overheden

Europa, het rijk en de Provincie Gelderland hebben beleid ontwikkeld die ook voor de gemeente Winterswijk van belang is. Hieronder opsommingsgewijs de belangrijkste aspecten hieruit:

  • Bescherming natura2000-gebieden;
  • De ecologische hoofdstructuur op provinciaal niveau vertaald in een ‘Gelders Natuurnetwerk’ en een ‘Groene Ontwikkelzone’;
  • Het rijk heeft ten noorden van Winterswijk twee beschermingszone aangewezen. Eén voor buisleidingen en één voor een laagvliegroute voor militaire vliegtuigen.
  • Het rijk heeft bij wet vastgelegd dat in bestemmingsplannen de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ onderdeel moet zijn. In die ladder is aandacht voor de onderbouwing van een behoefte en de locatie van een ruimtelijke ontwikkeling.

1.16. Gebiedsontwikkelingen

Er wordt door diverse partijen gewerkt aan gebiedsontwikkelingen in het buitengebied (Gaxel, Denneoord, ’t Hilgelo, BOS-gebied en de steengroeve). Deze staan beschreven in de beleidsinventarisatie onder hoofdstuk 28.

1.17. Algemeen Plaatselijke verordening (APV)

In het kader van de inventarisatie is ook gekeken naar de APV. Vanuit de bewonersavonden en de interviews is er nu geen directe aanleiding om die verordening aan te passen, te wijzigen.

2. Conclusie

De inventarisatie laat een goed beeld zien van alle belangen die spelen in het buitengebied van Winterswijk. Ook die van overheden, die dat hebben vastgelegd in beleidsnota en andere regelingen. Inhoudelijk sluit het huidige beleid van de gemeente Winterswijk behoorlijk aan op de wensen van belangenorganisaties en meningen van bewoners van het buitengebied. Ofwel: er moet ruimte zijn voor ruimtelijke ontwikkelingen passend binnen de kwaliteiten van het fraaie Winterswijkse landschap. De huidige praktijk laat zien dat dit vaak maatwerk is. De nieuwe omgevingsvisie moet vooral een werkbaar kader zijn die daar invulling aan kan geven. Daarnaast laat het huidige beeld zien dat er geen grootschalige ontwikkelingen aan de orde zijn, zoals nieuwe woonwijken, bedrijventerreinen en infrastructurele ingrepen. Het gaat vooral over het behouden en ontwikkelen van leefbaarheid.
Bewoners van het buitengebied hebben duidelijk kenbaar gemaakt dat de hoeveelheid regels zoveel mogelijk beperkt moet worden. Regel alleen datgene dat maatschappelijk ook echt nodig is. Het is een opgave om in de nieuwe omgevingsvisie hier ook echt invulling aan te geven zonder dat dit ten koste gaat van de maatschappelijke rol van de gemeentelijke overheid.


Ondanks het overeenkomstige beeld dat de inventarisatie laat zien moet er op een aantal thema’s wel keuzes gemaakt worden. Dan gaat het om de volgende dilemma’s die in de ontwerpfase van de omgevingsvisie concreet moeten worden:

  • Wonen: waar, voor wie en onder welke voorwaarde kunnen nieuwe wooneenheden worden toegevoegd aan het buitengebied? Dit in relatie tot demografische ontwikkelingen en de huidige woningvoorraad en de wens van bewoners van het buitengebied om woningsplitsing eenvoudig mogelijk te maken;
  • Landschap en cultuurhistorie: wanneer mag en kan er sprake zijn van nieuwbouw? Dit ook ten opzichte van herbestemming van cultuurhistorisch waardevolle gebouwen. Uit de inventarisatiefase blijkt dat nieuwbouw in sommige gevallen een meerwaarde kan zijn. Dit ten opzichte van het huidige beleid van de gemeente, dat in veel gevallen erg terughoudend is met betrekking tot dit thema: ‘de verstening van het landschap’;
  • Niet agrarische bedrijvigheid: In welke mate kan niet-agrarische bedrijvigheid zich vestigen in het buitengebied en hoe verhoudt dit zich tot de ontwikkeling van bestaande bedrijventerreinen, zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht ?
  • Functieverandering: Hoe groot is de opgave als het gaat om vrijkomende (agrarische) bebouwing wanneer hier geen nieuwe functie voor is en verpaupering op de loer ligt? Wie pakt deze opgave op en op welke wijze?
  • Landbouw: tot in welke mate kan de agrarische sector zich blijven ontwikkelen in combinatie met de consequenties ervan (milieu, volksgezondheid, dierenwelzijn en landschap). Zowel voor grondgebonden en niet-grondgebonden agrarische bedrijven. Wat wordt bijvoorbeeld verstaan onder een ‘megastal’?
  • Zorg: welke ruimte is er in het buitengebied voor initiatieven op het gebied van zorg? Dit in relatie tot het huidige zorgaanbod;
  • Horeca: in welke mate is het toevoegen zelfstandige horecafaciliteiten in het buitengebied gewenst? Moet het verbod op het toekennen van locaties voor feesten en partijen in stand gehouden blijven?
  • Verblijfsrecreatie: welke ruimte krijgen mini-campings om zich door te ontwikkelen? Is het nodig de koppeling van een nieuwe mini-camping alleen bij een agrarische bedrijf of NSW-landgoed van waaruit beheer plaats vindt in stand te houden? Wat is de omvang van het maximaal aantal plaatsen voor een mini-camping?
  • Duurzaamheid: op welke wijze wordt de doelstelling om op termijn energieneutraal te zijn gerealiseerd? Door windmolens, zonnepanelen (in het veld) en/of door biogasinstallaties?