Definitief verslag inspraakavond Startnotitie omgevingsvisie 21 juni 2016

Inspraakavond Startnotitie Omgevingsvisie Buitengebied Winterswijk gehouden op 21 juni 2016 bij zalencentrum Reuselink, Winterswijk Brinkheurne.

De heer Te Selle opent de vergadering en heet iedereen van harte welkom. Hij geeft het woord aan de heer Vedder, die de inleiding verzorgt.

De heer Vedder merkt op dat het gaat om de toekomst van het leefgebied. De uiteindelijk op te stellen omgevingsvisie bestaat uit een kaart en een toelichting waarom bepaalde keuzes worden gemaakt. Er is een projectstructuur opgericht om het goed te begeleiden. Een afvaardiging van het buurtschappenvisiebestuur maakt onderdeel uit van die projectstructuur. De kaderstellende startnotitie is op basis van de inventarisatiefase opgesteld. Input hiervoor was:
•    Vijf inloopavonden voor bewoners uit het buitengebied;
•    Interviews met belangenorganisaties;
•    Beleidsinventarisatie van diverse overheden.

De heer Vedder geeft een korte toelichting over de trends en ontwikkelingen in relatie tot het buitengebied. Daarna volgt een korte toelichting op enkele strategische, algemeen geldende, uitgangspunten voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van het buitengebied. Er moet worden gestreefd naar een vitaal en leefbaar buitengebied waarin alle functies op elkaar zijn afgestemd. Er zullen geen grote nieuwe woonwijken worden aangelegd of bedrijventerreinen, maar er zullen wel nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden. Bij alle ontwikkelingen zal worden gekeken naar de plek zelf en op basis daarvan zal de gemeente een beslissing nemen. Ruimtelijke kwaliteit en het voorkómen van leegstand elders zijn daarbij belangrijke uitgangspunten.
Ontwikkelingen in het buitengebied moeten bijvoorbeeld niet ten koste gaan van ontwikkelingen in de kern Winterswijk en andersom ook niet. Er moet geen grote leegstand ontstaan op een bepaalde plek als gevolg van ontwikkelingen op een andere plek.
Als herbestemming geen mogelijkheid is, wordt gekeken naar nieuwbouw. Voor uitbreiding van een bedrijf, als die over de huidige norm gaat, wordt een tegenprestatie verwacht. Bijvoorbeeld in de vorm van sloop van overtollige, leegstaande, bebouwing of de aanleg van nieuw landschap. Bij een ruimtelijk initiatief wordt ook gekeken hoe het in het landschap past.
De startnotitie gaat vervolgens in op enkele thematische uitwerkingen.
Ten eerste woningbouw. Er wordt ruimte geboden aan 50 nieuwe woningen in het buitengebied. Dit kan bijvoorbeeld door sloop en nieuwbouw van een gebouw of door het splitsen van woningen.
Het buitengebied heeft gevraagd om afschaffing van de kuub regeling om daarmee het splitsen zo eenvoudig mogelijk te maken. Er zal nog worden gekeken welke voorwaarden de gemeente hieraan gaat stellen. Volkshuisvestelijke uitgangspunten spelen daarbij een rol. De bestemming van wonen kan nu naar agrarisch worden gewijzigd. Het is de bedoeling hier een vereveningsbijdrage voor te vragen als er sprake is van extra nieuwbouw.
De kaart van het Gelders Natuur Netwerk (provinciaal beleid) is leidend voor de natuurgebieden in Winterswijk. De gemeente wil niet meewerken aan grootschalige natuurbegraafplaatsen. De minicamping is nu begrensd tot 25 plaatsen en er zal ruimte worden geboden om dit uit te kunnen breiden.
Op bepaalde plaatsen in het buitengebied is een wens om een ander soort product erbij te gaan verkopen. Gemeente Winterswijk wil nog verder de branchevervaging gaan onderzoeken. De bereikbaarheid voor hulpdiensten is niet altijd goed in het buitengebied. Hier zal goed naar worden gekeken. Het kan zijn dat een aantal wegen verhard moet gaan worden.
Het doel is energieneutraal te worden in 2030. Dat betekent 300.000 zonnepanelen, 10 windmolens en een grote biogasinstallatie. Dit heeft een ruimtelijke impact.
Windmolens kunnen op basis van landelijke milieuwetgeving maar op een beperkt aantal plaatsen worden geplaatst in het buitengebied.
Na de inspraakavond zal een definitieve kaderstellende startnotitie worden opgesteld die aan de gemeenteraad wordt aangeboden. Daarna komt er een ontwerp omgevingsvisie die ter inzage wordt gelegd en daar kunnen nog zienswijzen op worden ingediend. Daarna wordt het document ter vaststelling aan de raad voorgelegd. Een omgevingsvisie wordt uiteindelijk vertaald in een juridisch bindend planologisch kader: het bestemmingsplan (of een omgevingsplan wanneer de omgevingswet van kracht is).

Dhr. Menting verzoekt buiten de microfoon om een extra bijeenkomst te plannen over de omgevingsvisie, aangezien zij nu verplicht worden in de vakantieperiode alles te gaan organiseren. Het verzoek is om vanavond inhoudelijk te spreken en september uit te stellen naar het eind van het jaar, want de minister heeft aan de Tweede Kamer gezegd de invoeringswet met een jaar uit te stellen. Er is ruimte voor uitstel die gebruikt moet worden.

De heer Te Selle stelt voor dat vorige spreker zijn advies schriftelijk naar de wethouder stuurt. Het eerste thema dat nu zal worden behandeld is het strategische kader.

De heer Korsten (bestuurslid Vereniging OBW, ondernemers buitengebied Winterswijk) spreekt namens de Vereniging OBW. Er is op veel punten ruimte voor nieuwe ontwikkelingen en dat stemt tot tevredenheid. Zorgelijk is dat het uiteindelijk maar gaat om 25 woningen en dat is inclusief het splitsen van woningen en nieuw te bouwen woningen tot 2025. Hoe wordt er beoordeeld als een initiatief wordt ingediend in het buitengebied voor leegstand in de kern? Is dit vergelijkbaar? Het kan zijn dat als een ondernemer wil wonen en werken in het buitengebied hij uiteindelijk wordt verwezen naar het bedrijventerrein en dan kiest voor een andere gemeente. In de notitie wordt de prioriteit gelegd bij de kern en de bedrijventerreinen.

De heer Gelsing (Recron) reageert namens de recreatiebedrijven op de strategische kaderstelling. Spreker vraagt zich af of door de introductie van de camping het nationale landschap een positieve bestemming van verblijfsrecreatie gaat worden. De ontwikkeling van kleinschalige campings vindt plaats op basis van een vrijstelling. Concurrentie kan plaatsvinden, maar wel onder gelijkwaardige omstandigheden. In de notitie wordt daar niets over vermeld. Op rijksniveau is bepaald dat er geen nieuwe tweede woningen bij mogen komen, tenzij er een woonfunctie op zit. Deze mogelijkheid wordt wel aangegeven, maar dit kan niet. Er wordt in de notitie gesproken over een nieuw project boven het Hilgelo, maar daar heeft tot nu toe nog geen ondernemer interesse voor.

De heer Pleiter (Multigarden tuincentrum) mist in de startnotitie dat Winterswijk aan drie kanten omsloten wordt door Duitsland. Juist bij een strategische kaderstelling mag de relatie met Duitsland niet ontbreken.
Mevrouw Boessenkool van Aarde-werk De Stegge in Winterswijk-Kotten had verwacht dat zij vanavond vragen kon stellen die zouden worden beantwoord en vraagt waarom dit niet mogelijk is.

De heer Te Selle antwoordt dat het om een inspraakavond gaat.

De heer Vedder merkt op dat er vragen kunnen worden gesteld en deze worden in het verslag opgenomen. In de besluitvorming van het verdere proces worden de vragen beantwoord.

De heer Roerdinkholder stelt een vraag als inwoner van het buitengebied. Hij begrijpt het proces niet. Er is een inventarisatiefase geweest waarin input is geleverd. Er is een notitie opgesteld waarin hij een aantal zaken niet herkenbaar vindt. Als er vanavond geen verder commentaar of input wordt geleverd stemt men in met de startnotitie. Er staat een aantal zaken in de startnotitie die niet overeenstemmen met de inventarisatiefase.

De heer Vedder merkt op dat het een inspraakavond is. Als niemand inspreekt, dan is er geen input of invloed.

Mevrouw Tenkink vraagt hoe men kan inspreken als er, zoals de heer Roerdinkholder heeft gezegd, punten worden gemist die niet in de notitie staan, maar wel in de inventarisatieavond zijn genoemd.

De heer Vedder zegt dat die punten nu opgenoemd kunnen worden en dan wordt dit meegenomen.

Een spreker heeft bij de voorbereidingen van het stuk 8 pagina’s opgesteld met vragen en opmerkingen. Er ligt een mooi stuk voor, maar niet iedereen is het hiermee eens. De bewoners en belanghebbenden willen een reële inspraak in het verhaal hebben.

De heer Te Selle geeft aan dat de input wordt meegenomen voor de kaderstellende startnotitie.

De heer Eppinga (griffier) licht toe dat deze avond door de raad is georganiseerd. De ‘Kaderstellende startnotitie Omgevingsvisie buitengebied’ moet door het college worden voorbereid en daarom is een aantal bijeenkomsten georganiseerd. De concept startnota wordt aan de raad voorgelegd, maar er moet eerst geïnventariseerd worden wat er in het buitengebied leeft. Eenieder krijgt volop gelegenheid input te verstrekken, wat ook nog schriftelijk kan.   

De heer Gelsing (Recron) vraagt of er een antwoord komt op een schriftelijke reactie, want de indruk wordt gewekt dat er vanavond wat gezegd kan worden waarbij men moet afwachten of er iets mee gedaan wordt.

De heer Te Selle zegt dat eenieder zijn mening binnen twee weken schriftelijk kan mailen naar de gemeente en legt de procedure nogmaals uit.

De heer Knol spreekt zijn verbazing uit over de gang van zaken. Met een aantal eerder aangegeven meningen is niets gedaan of het tegenovergestelde staat in de notitie.

De heer Vedder geeft aan dat het document 3 weken geleden op de website is geplaatst. Heel veel meningen zijn geïnventariseerd en op basis daarvan is een stuk geproduceerd waarin keuzes zijn gemaakt. Als men het er niet mee eens is, wil de heer Vedder dit graag horen.

De heer Knol geeft aan dat hij tegen het plaatsen van windmolens in het buitengebied van Winterswijk is. Hij is voor duurzame energie, maar windmolens passen niet in het landschap. Het merendeel van de bewoners in het buitengebied heeft aangegeven dat zij geen windmolens willen. Waarom komt de gemeente dan met een plan voor windmolens?

De heer Ensing (Wijngaard Hesselink) geeft aan dat men niet kan verdienen aan de wijngaard. Met de zaken eromheen moet geld verdiend worden. Er geldt een agrarische bestemming op zijn land en het is moeilijk om hier een horecabestemming voor te krijgen. Hij wil graag feesten en partijen geven waar veel naar wordt gevraagd, omdat er veel horecagelegenheden in de buurt zijn gestopt. Er kon niet met varkens worden uitgebreid, dus alle schuren zijn gesloopt. Spreker hoopt dat hier iets tegenover kan staan.

Mevrouw Boessenkool van Aarde-werk De Stegge in Winterswijk-Kotten merkt op dat in de notitie wordt aangenomen dat de ontwikkeling in de landbouw schaalvergroting betekent. Er zijn veel andere manieren om hier mee om te gaan. Er wordt een beperkte visie geschetst. In de biologische landbouw is ook op kleine schaal meer te verdienen dan alleen grootschalig. Boeren hoeven zich dan ook niet in de schulden te steken. Spreekster pleit voor verbreding van de visie. Uitbreiding van landbouwgewassen is ook een mogelijkheid. De overige punten worden per mail naar de gemeente verzonden.

Mevrouw Hochstenbach (camping Kotten) vindt het jammer dat er naast de uitbreiding tot 25 staanplaatsen verdere uitbreiding mogelijk is. Dit past niet in een kleinschalig landschap en zorgt voor marktwerking. Grote campings zullen overleven en de kleinere verdwijnen. Aan de Blankersweg is de stichting Levensland neergestreken. Zij hebben 3,5 hectare landbouwgrond gekocht en de eigenaars hebben te kennen gegeven dat ze er willen wonen op een alternatieve manier. Zijn er mogelijkheden voor stichting Levensland om binnen het kader van deze omgevingsvisie daar mogelijkheden voor te krijgen?

De heer Te Selle antwoordt dat als het niet in dit document staat, het ook niet in de eindnotitie komt te staan.

Mevrouw Hochstenbach (camping Kotten) zegt dat het niet duidelijk is en dat zij en haar buren hier wel erg benieuwd naar zijn en het niet zien zitten.

De heer Harry Grevers (LTO) geeft aan dat hij een aantal punten ook nog schriftelijk zal opsturen. LTO is voor biologische landbouw als de ondernemer daar zijn keuze in maakt. Voor gewassen geldt knellende Brusselse regelgeving. Welke regels gelden voor het plussenbeleid bij uitbreiding van niet grondgebonden landbouw? Belangrijk is eerst te proberen zoveel mogelijk zonnepanelen op daken te leggen voordat hier landbouwgrond voor wordt gebruikt.

De heer Tiggeloven is 66-plusser en geeft aan dat een splitsing van een grote boerderij niet mogelijk is of in beperkte mate. Oudere mensen die in het buitengebied willen blijven wonen, moeten wel een volwaardige woning houden.
Namens de Vereniging Boer en Recreatie geeft de heer Tiggeloven aan dat er een aantal voorbeelden van kleine campings is die meer dan 25 plaatsen hebben en in buurgemeenten kunnen uitbreiden tot 40 plaatsen. Dit wil de Vereniging ook graag. Het is wellicht een nieuw product en betekent meer toeristen voor Winterswijk en hoeft niet bedreigend te zijn voor de reguliere sector.

De heer Ten Hagen (camping en klompenmakerij Ten Hagen) merkt op dat er wat soepeler moet worden omgegaan met de sloop- en vereveningsbijdrage. Als het niet mogelijk is, blijft er niets van de kleine bedrijven over.

De heer te Voortwis (De Zonnebloem) onderschrijft het standpunt van de windmolens, dat eerder naar voren kwam. Voor de landschapskwaliteit is het belangrijk om Winterswijk mooi en schoon te houden. De energie die wordt gestopt in de productie van de windmolens is lastig om weer terug te winnen tijdens de productieperiode. Van belang is om eerst te kijken naar andere mogelijkheden. Het verhaal van drie generatie woningen is populair en er zal worden gekeken hoe er in Winterswijk een richting aan kan worden gegeven om bij boerderijen met veel ruimte dit te kunnen realiseren.

De heer Huetink (Boer en Recreatie) merkt op dat het overgrote deel van de leden van Boer en Recreatie niet voor het plaatsen van windmolens is.  

De heer Van der Velde (bewoner boerderij Kotten) geeft aan dat er in de nota over duurzaamheid wordt gesproken, maar de uitwerking ervan is teleurstellend. Het wordt beperkt tot het vraagstuk van energie. Als de meerderheid van de bewoners geen windmolens wil, zullen zij hard moeten werken aan energiebesparing. Hopelijk schroeft gemeente Winterswijk de ambities met betrekking tot energiebesparing flink op. De kwaliteit van de bodem gaat overal ter wereld heel snel achteruit en heeft gevolgen op de kwaliteit van het voedsel. Het voorstel van spreker is de bossen veel diverser te maken en bomen die moeten worden gekapt te vervangen door voedsel producerende bomen waar mensen kunnen gaan plukken.

Een spreker geeft aan dat de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft gewaarschuwd voor de verloedering van het platteland. In Heerenveen zijn alternatieven voor leegstand en andere zaken. Het is goed hier naar te kijken en even de tijd te nemen om te leren van anderen.

De heer Pleiter (eigenaar tuincentrum Multigarden) vraagt zich af of de indeling die in de detailhandelssectie is gemaakt volledig is. Er wordt een aantal vormen benoemd waarin hij zijn eigen bedrijf niet herkent en er zullen meerdere bedrijven zijn die daar zo over denken. Branchevervaging in de detailhandel zit meer in de beleving omdat ooit de vakdiploma’s zijn losgelaten en dit op bepaalde punten mogelijk is. Het is van belang de tijd te nemen voor het maken van de omgevingsvisie. Aan de andere kant willen ondernemers ook door kunnen gaan wanneer er sprake is van een ontwikkeling, zonder afhankelijk te zijn van het opstellen van een omgevingsvisie.

De heer Grevers (LTO) geeft aan dat het belangrijk is om stappen te zetten wat betreft duurzaamheid. Er zijn ontwikkelingen gaande in de landbouw met betrekking tot de gronden. Men kan niet meer terug naar 50 jaar geleden. Een klein deel moet voor het grotere deel voedsel verbouwen. De consument moet er bewust van worden gemaakt dat voedsel een prijs heeft.

De heer Beltman (Leisurelands) mist een voornemen ten aanzien van de dagrecreatie. Mensen moeten een aanleiding hebben om naar Winterswijk te gaan. Dagrecreatie is ook de Steengroeve en activiteiten op de boerderij, maar ook het winkelcentrum. Het is de moeite waard om hier aandacht aan te geven.

De heer Korsten (bestuurslid Vereniging OBW, ondernemers buitengebied Winterswijk) geeft aan dat het proces van het maken van de omgevingsvisie anderhalf jaar geleden is begonnen. Dat heeft veel tijd gekost. De vergadering van vanavond is verschoven. Eenieder moet zich realiseren dat de keuzes die in de omgevingsvisie gemaakt worden in het nieuwe bestemmingsplan komen te staan. Dit betekent dat alle mogelijkheden voor het buitengebied voor de komende 10 tot 15 jaar vast komen te staan. Het is goed langer de tijd te nemen en in discussie te gaan over de inhoud.

De heer Visser (Stichting Levensland) merkt op dat de stichting in 2012 een aantal hectaren grond in Kotten heeft gekocht. Wat aan bebouwing en bewoning in het buitengebied wordt aangeboden sluit niet aan bij deze tijd. De meeste boerderijen die nu te koop staan zijn zo groot en niet eenvoudig te verkopen. De stichting is bezig om voedsel en natuur door elkaar heen te verbouwen. Het ziet er vreemd uit, maar dat heeft te maken met de bodemprocessen, maar uiteindelijk zal het tot meer voedselgewassen leiden. Het vergt veel tijd en er zullen nog meer gronden worden aangekocht in Winterswijk. Veel jonge mensen willen eenvoudiger wonen en vragen hier aandacht en ruimte voor. De stichting zal hier aanvragen voor blijven indienen bij de gemeente.

Mevrouw Hochstenbach (camping Kotten) benadrukt dat in de omgevingsvisie staat dat naoberschap heel belangrijk is.

De heer Te Selle geeft aan dat eenieder zijn reacties ook nog kan doormailen naar de griffie. In het gemeentenieuws zal de termijn worden vermeld.

Wethouder Te Gronde merkt op dat hij ervan uitging dat het proces redelijk helder was. Het was niet de bedoeling een discussie over Levensland te gaan voeren. Input is verwerkt tot het stuk en er zijn zienswijzen op gegeven. Het is geen probleem om er nog wat extra tijd voor te nemen. Dit zal met het presidium worden besproken. In het najaar zal een stuk moeten komen, want er zijn bedrijven en ondernemers die ook verder willen. Aanvullende opmerkingen kunnen nog schriftelijk worden aangeleverd.

Een spreker wil graag antwoord en uitleg van het college op tegenwerpingen die zijn geuit. Bij de commissievergadering kan daarna nog door eenieder worden ingesproken.

De heer Te Selle dankt iedereen voor hun komst en sluit de vergadering om 21.00 uur.