Interviews belangenorganisaties

Voor de Omgevingsvisie buitengebied zijn 25 belangenpartijen geïnterviewd. Deze pagina bevat een samenvatting per vraag van de resultaten van de uitgewerkte interviews.

Het gaat om de resultaten van de interviews met de volgende organisaties/belangengroepen:

  • Stichting Waardevol Cultuurlandschap Winterswijk (WCL)
  • Adviescommissie cultuurhistorie Winterswijk
  • Leisurelands (recreatie)
  • Gelders Particulier Grondbezit
  • Geldersch Landschap en Kasteelen
  • Waterschap Rijn en Ijssel
  • ABH-city-vereniging
  • Ambulance (wittekruis)
  • Stichting openbaar primair onderwijs Winterswijk
  • KHN, afdeling Winterswijk
  • Staatsbosbeheer
  • Woningcorporatie de woonplaats
  • Recron
  • AGEM
  • Brandweer
  • Estinea
  • OWIN
  • LTO
  • Toerisme Winterswijk (Boer en Recreatie)
  • OBW
  • Ruiter en Koetsier
  • NSW-werkgroep Landgoederen
  • Provincie Gelderland
  • Kreis Borken
  • Politie
  • Natuurmonumenten
  • VREWIN

Daarnaast zijn de omliggende buurtgemeenten in zowel Nederland als Duitsland middels een brief in de gelegenheid gesteld om input te leveren. Deze resultaten vindt u in hoofdstuk 3.


2. Samenvatting resultaten interviews

2.1. Wonen

Genoeg woningen, en voor elke doelgroep?
Ja, er zijn meer dan voldoende woningen, alleen niet altijd voor de juiste doelgroep.
Er wordt genoemd dat er veel oude boerderijen leegstaan maar dat die vaak onbetaalbaar zijn voor jongeren, starters en jonge gezinnen. Wie betaalt echter het opsplitsen van de oude boerderijen? Daarnaast vraagt de woningcorporatie zich af of er wel echt genoeg vraag naar is.
Bebouwen perceel
Een deel benoemd dat er eerst gesloopt moet worden voordat er iets nieuws gebouwd mag worden. Ook wordt aangegeven dat voor zover mogelijk oude schuren en boerderijen hergebruikt moeten worden. De meerderheid geeft echter aan dat nieuwbouw niet geheel onmogelijk moet zijn, mits goed ingepast in het landschap, en afhankelijk van de lokale situatie. Niemand wil dat er een wildgroei ontstaat aan nieuwbouw in het buitengebied.
Nevenfuncties bij woningen
Nevenfuncties bij woningen wordt als positief gezien voor de leefbaarheid in het buitengebied, ook kan het een economische drager zijn voor het behouden van oude boerderijen. Wel wordt aangegeven dat er regels en grenzen moeten zijn om te voorkomen dat er grootschalige industrieën ontstaan, of dat het ten koste gaat van de winkels in het centrum.
Nieuwbouw in het buitengebied
Nieuwbouw in het buitengebied is waarschijnlijk niet nodig, anders zoveel mogelijk ingepast in de kernen. Natuurmonumenten geeft aan dat nieuwbouw alleen moet worden toegestaan als er ergens anders iets gesloopt wordt. Wonen als functie voor het hergebruiken van oude boerderijen wordt wel vaak genoemd, met de kanttekening dat hier dan wel vraag naar moet zijn. Ook het opsplitsen van een boerderij moet mogelijk zijn. Er wordt aangegeven dat dit niet mee moet worden geteld binnen het gemeentelijk woningbouwcontingent. LTO heeft wel graag dat het mogelijk is om met meerdere gezinnen op één erf te wonen en de mogelijkheid te hebben voor een extra (bedrijfs)woning.

 

2.2. Cultuurhistorie

Waarde van cultuurhistorie:
De cultuurhistorische waarde van het Winterswijkse buitengebied wordt door iedereen hoog gewaardeerd. Al wordt er ook aangegeven dat het meer een parklandschap is geworden nu er steeds minder boeren wonen. Het wordt gezien als belangrijke trekpleister voor bezoekers, en als prettig en interessant om te wonen. Vooral de gelaagdheid van het landschap en de leesbaarheid van de historie wordt als waardevol genoemd. Alleen het waterschap geeft aan dat dit in sommige gevallen wel van invloed is geweest op het natuurlijk verloop van watergangen, maar zij stellen zich verder in dienst op van het huidige landschap. Verder wordt aangegeven dat de cultuurhistorische gebouwen bijvoorbeeld nog meer toegankelijk zouden kunnen zijn, zodat bezoekers bijvoorbeeld een cultuurhistorische waardevolle boerderij van binnen kunnen bekijken. De stilte en de donkere nachten worden gezien als luxeproduct.


Herbestemmen voor nieuwbouw?
De meeste geïnterviewde geven aan dat het herbestemmen van bestaande boerderijen en schuren voor nieuwbouw moet gaan. Het moet echter niet onmogelijk zijn. De boeren zelf geven aan dat om mee te gaan met de tijd en door de veranderende wet- en regelgeving een nieuwe stal soms nodig is. Ook Boer&Recreatie pleit voor af en toe nieuwbouw. Bijvoorbeeld om bezoekers een bijzondere overnachting in een ‘ecohutje’ te kunnen bieden. Daarnaast geeft natuurmonumenten aan dat vrijkomende bebouwing nu al een uitdaging is om her te bestemmen. Meer woningcontigent in het buitengebied zou hierbij helpen. En een regeling waarbij, als je iets wilt (nieuwbouw, uitbreiding) je ook iets terug moet doen voor het bestaande landschap.

 

2.3. Landbouw

Ontwikkeling van de agrarische sector in het cultuurlandschap

De agrarische sector wordt door de meeste als een belangrijke economische drager van het buitengebied gezien, net als het kleinschalige landschap zelf, dat toeristen aantrekt. Een landschap zonder agrariërs is in Winterswijk niet denkbaar. Toch is het landschap vaak maatgevend. Het buitengebied bestaat uit veel kleine landbouwpercelen, wat het lastig maakt voor agrariërs om uit te breiden en te overleven. Een kleinschaligheidstoeslag vanuit de EU wordt geopperd, maar dit zien de agrariërs zelf ook niet als ideaal, die willen liever dat het bedrijf zichzelf kan bedruipen. Door Staatsbosbeheer en de LTO wordt geopperd om de agrariërs het beheer van de houtwallen en kleine bosjes te laten doen, tegen een vergoeding. De zogenoemde groen- blauw diensten. Zo blijft de grond in handen van de landbouw. Ook wordt er genoemd dat er nog beter gekeken kan worden hoe schuren op een erf geplaatst kunnen worden, en of er eventueel een heg omheen kan worden gezet. Zo wordt getracht ook deze elementen landschappelijk in te passen. Verder wordt door meerdere partijen de WCL als erg prettig ervaren, om geregeld in gesprek te gaan en samen te zoeken naar een oplossing voor dergelijke onderwerpen.

Nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven

Dit wordt net als bij wonen als hoognodig en positief gezien. Wel wordt aangegeven dat het moet passen (dus bijvoorbeeld streekproducten, houtzagerij, camping etc…) en kleinschalig moet zijn. Ook wordt het door de conventionele partijen oneerlijk gevonden dat er voor boeren andere eisen worden gesteld (bijvoorbeeld aan geuroverlast, brandveiligheid etc...) , zeker als de nevenactiviteit steeds groter wordt.

 

2.4. Niet agrarische bedrijvigheid

Niet-agrarische bedrijvigheid moet passen bij het buitengebied (industrieën naar het bedrijventerrein), kleinschalig en het liefst passend in bestaande bebouwing, beter internet is dan wel een vereiste. De VREWIN merkte op dat de ondernemer duidelijk de mogelijkheden en grenzen moet weten vanaf het begin. Ook zou er meer over de grens kunnen worden samengewerkt. Niet te groot en niet te veel verkeer aantrekken. Het moet passen in het buitengebied.

 

2.5. Landschap

Waarde Landschap

Heel waardevol. Zie ook het onderdeel cultuurhistorie.

Bijzondere kwaliteiten

Herkenbaarheid, leesbaarheid, kleinschaligheid, afwisseling en de verwevenheid

Nieuwbouw in het landschap

Niet geheel onmogelijk, maar eerst kijken of herbestemmen mogelijk is.

 

2.6. Natuur

Beoordeling natuur

De natuur in het Winterswijkse buitengebied is kleinschalig, maar dat past bij het gebied. Het vormt een onderdeel in een heel mooi landschap, en het is het geheel dat het bijzonder maakt. Wel kunnen er volgens de provincie nog meer stukken met elkaar verbonden worden. Zowel de ondernemers van het industriegebied als de boeren, verwachten problemen als de eisen omtrent natuur nog strenger worden. Ook geven LTO en Leisurelands aan dat ze het liefst zelf een stuk natuur in beheer hebben (al dan niet voor een vergoeding). Boer en Recreatie geven aan dat er bij een compensatieregeling ook gekeken moet worden naar wat de betreffende ondernemer eerder al gedaan heeft op het gebied van natuurcompensatie.

Natuur een kans of bedreiging

De natuur in Winterswijk wordt door de meeste gezien als kans. Leisurelands die recreatiegebieden in handen heeft, geeft echter aan dat ze de natuur zelf wel kunnen regelen, omdat dat ook voor hun eigen belang is. Zij zouden het fijn vinden als de overheid hier de touwtjes wat losser laat. Ook LTO geeft aan dat als iemand voor het land en de natuur kan zorgen, zij het zijn. Boeren voelen zich nu soms aan het lijntje gehouden. Natuurmonumenten is minder positief over het laten beheren van natuur door boeren. Zij geven aan dat boeren toch een andere kijk op zaken hebben en het bedrijfsbelang voorop stellen. Boer & Recreatie gaf aan dat er bij nieuwe ontwikkelingen en de verplichte natuurcompensatie ook gekeken moet worden naar wat de ondernemer al allemaal heeft gedaan op het gebied van natuur.

Nieuwbouw in de natuur

Nieuwbouw in natuurgebieden wordt als ongewenst gezien. Alleen in het hoognodige geval kan bebouwing voor het beheren van de natuur worden toegestaan, bijvoorbeeld voor maaibeheer. Of als de bebouwing duidelijk een toegevoegde waarde heeft voor het gebied, zoals een schaapskooi. Ook moet er dan sterk gecompenseerd worden.

Ontwikkelingen in de natuur

Natuurbegraven wordt onder bepaalde voorwaarden wel als een optie gezien, mits extensief.

 

2.7. Vrijetijdseconomie

Recreatieterreinen en uitbreiding

Vanuit alle hoeken wordt benoemd dat er inmiddels genoeg grote recreatieparken zijn. Wel wordt gezien dat de wens van de gebruikers steeds veranderd en dat de parken kwalitatief moeten blijven ontwikkelen. Ook ziet men ruimte voor andere vormen van verblijven, zoals een bed&breakfast in een oude schoppen.

Koppeling mini-campings alleen aan agrarische bedrijven

De koppeling met een agrarisch bedrijf wordt niet echt nodig geacht. Wel wordt er geopperd dat het niet het hoofdinkomen moet worden en dat de gemeente misschien een maximum moet stellen aan het aantal kleine campings. De kleine campingeigenaren zelf willen wel nog eventueel uitbreiden naar 40 plekken.

Aanbod dagrecreatie

Waarbij de één zegt dat er meer dan voldoende aanwezig is, ziet de ander nog veel mogelijkheden voor ontwikkeling (mits iets vernieuwends, en passend), een betere spreiding, of ruimere openingstijden. Het is ook afhankelijk van de doelgroep die je wilt aantrekken. (Het imago van het buitengebied van Winterswijk, maakt het momenteel vooral aantrekkelijk bij senioren). Leisurelands zou het liefst willen dat 't Hilgelo een 'recreatie-ontwikkelzone' wordt, waarbij het bestemmingsplan veel minder strikt is. De Koninklijke Horeca Nederland afdeling Winterswijk pleit voor één lijn voor reguliere bedrijven en kleine initiatieven, anders is er oneerlijke concurrentie.

Extra locaties feesten en partijen

Volgens de Koninklijke Horeca Nederland afdeling Winterswijk zijn er al genoeg locaties voor feesten en partijen, nieuwe locaties gaan hier dan dus mee concurreren. Volgens Boer en Recreatie is er echter behoefte aan verfrissing en plekken die 7 dagen per week open zijn. Verder wordt aangegeven dat nieuwe locaties geen extra overlast moeten veroorzaken op de omgeving.

Toeristische infrastructuur

De toeristische infrastructuur wordt over het algemeen als positief ervaren. Wel wordt benoemd dat de fietspaden af en toe niet breed genoeg zijn, of dat de ondergrond te los is door verkeerd onderhoud, zeker gezien de doelgroep en de komst van vele elektrische fietsen. Ook zitten er soms gaten in de weg, met name met heel nat of heel droog weer zijn de wegen minder goed, dit ligt volgens Boer & Recreatie aan de manier van onderhoud. Ook wordt door de adviescommissie cultuurhistorie aangegeven dat sommige kleine wandelpaden door de velden heen verdwijnen en worden ingericht als landbouwgrond. De provincie geeft als tip om wandelpaden ook op te nemen in het bestemmingsplan.

 

2.8. Detailhandel

Detailhandel in het buitengebied moet onder bepaalde voorwaarden wel mogelijk zijn. Bijvoorbeeld gekoppeld aan een andere functie (zoals outdoor/ surfwinkel op 't Hilgelo), kleinschalig en passend, dus bijvoorbeeld streekproducten. De winkel moet niet concurreren met de winkels in het centrum van Winterswijk. Leegstand in het centrum moet voorkomen worden. Kleinschalige detailhandel in het buitengebied kan het toeristisch product versterken en kan een oplossing zijn voor leegstaande oude boerderijen.

 

2.9. Infrastructuur

Bereikbaarheid

De bereikbaarheid wordt over het algemeen als goed ervaren. Dorpen liggen ook relatief bij elkaar en bij het centrum. Wel wordt aangegeven dat de verbinding met Duitsland beter kan. Het OV is minder goed geregeld, met name als het buitengebied eventueel meer publieke functies krijgt, zoals een natuurbegraafplaats. Voor de bewoners is het niet echt nodig, iedereen heeft een auto. Mochten scholen sluiten en kinderen verderop naar school moeten, dan moet er nog wel naar de veiligheid gekeken worden. De vereniging Ruiter en koetsier geeft aan dat er langs de grotere wegen oversteekplaatsen verdwijnen, waardoor en voor ruiters en menners gevaarlijke situaties kunnen ontstaan. Voor bezoekers zou het wel fijn zijn als de taxi in ieder geval rijdt in het buitengebied, dit is nu namelijk maar heel beperkt het geval.

Wegen

Wat betreft de kwaliteit van de wegen gaat de discussie over het al dan niet verharden van de zandpaden. De hulpdiensten (met name ambulance en brandweer met hun zwaardere auto's) geven aan dat het verharden van de wegen noodzakelijk is, voor de veiligheid. De brandweer geeft ook aan dat op een locatie zelf ook brandwerende maatregelen genomen kunnen worden. En maatregelen die ongelukken en schade beperken als er brand uitbreekt. Ook de politie geeft aan dat met name in de winter extra onderhoud gewenst is. Dit zou eventueel ook kunnen door een raster neer te leggen of puin te storten. De brandweer pleit ook voor de aanwezigheid van voldoende blusvijvers in het buitengebied. Vanuit het oogpunt van cultuurhistorie, en het landschap, is het juist waardevol om de zandpaden te bewaren. VREWIN geeft verder nog aan dat Winterswijk in de toekomst misschien een belangrijkere rol kan gaan spelen op het gebied van transport en opslag. Als de A15 is doorgetrokken naar Zevenaar dan kiezen chauffeurs misschien wel voor een andere verbinding met Duitsland.

Digitale bereikbaarheid

De telefonische en digitale bereikbaarheid wordt als slecht ervaren. Verbeteringen hierin zijn hard nodig voor de veiligheid (ambulance werkt bijvoorbeeld met digitaal patiëntendossier), en de ontwikkeling van nieuwe en bestaande bedrijvigheid.

 

2.10. Landgoederen

Nieuwe landgoederen worden gezien als een mogelijke economische drager en toegevoegde waarde voor het buitengebied, ze moeten dan wel toegankelijk zijn. Ook moet er wel sturing zijn waar nieuwe landgoederen mogen worden gesticht en hoe ze moeten worden ingericht. De geluiden over de nieuwe landhuizen zijn minder positief, deze vindt men niet goed in het Winterswijkse landschap passen.

 

2.11. Maatschappelijke voorzieningen

Scholen

Scholen worden als belangrijk gezien voor de leefbaarheid. Dit kan nog meer worden ingezet, door bijvoorbeeld ouderen te betrekken als leesouder. De scholen in het buitengebied kunnen nu nog open blijven omdat er financieel wordt samengewerkt met de scholen in de kern van Winterswijk. Mochten de scholen toch te klein worden dan is het mogelijk gezamenlijk de kinderen naar de andere school te brengen, zodat de sociale functie in de buurt blijft. Ook AGEM zoekt samenwerking met maatschappelijke organisaties.

Sportvoorzieningen

Er is één geval waarbij uitbreiding van een sportaccommodatie botst met een bestaand landgoed. Hier is er overlast van licht en lawaai. Voor veel andere sporten kunnen bewoners naar het centrum van Winterswijk. Verder geeft Leisurelands aan dat 't Hilgelo uitstekend geschikt is voor het houden van sportevenementen, ook zie je op andere recreatieterreinen dat een deel van het strand wordt omgezet in sportveld.

Zorg

Dit is er bijna niet en ook beperkt nodig. De kern Winterswijk is goed te bereiken en thuiszorg komt overal. Wel zijn er zorgboerderijen in het buitengebied. De functie zorg kan een goede bestemming zijn om cultuurhistorisch waardevolle gebouwen mee her te bestemmen. Verder kan gekeken worden of mensen met een zorgvraag, bijvoorbeeld begeleidt werken of wonen eerder aan de slag kunnen, juist ook in de eigen omgeving. De VREWIN geeft aan dat we op dit vlak ook veel van de Duitsers zouden kunnen leren.

 

2.12. Milieu

Geluidsoverlast

Het Winterswijkse buitengebied is juist erg stil, vroeger was er meer bedrijvigheid. De OBW geeft aan dat het platteland geen openluchtmuseum is, en dat er geleefd en gewerkt wordt. Meer evenementen in tenten betekent ook meer geluidsoverlast, dit schrikt een bepaalde doelgroep ook weer af. Als bron van eventuele geluidsoverlast wordt genoemd: laagvliegroute; sportvoorziening; autosloperij; en buitenrecreatie van groepen. Dit werkt vaak tweezijdig, de boer hoort af en toe iets van de recreanten en andersom. Verder geeft OWIN aan dat de geluidszone bij Veeneslat-zuid een beperking vormt.

Geuroverlast

Er is over het algemeen weinig sprake van geuroverlast, de mestgeur hoort nu eenmaal bij het buitengebied. Wel moet gekeken worden hoe intens de geur wordt als bedrijven steeds verder worden uitgebreid.

Milieu algemeen

Algemeen milieu: het wordt aangeraden om bufferzones langs de beken aan te leggen om afspoeling te voorkomen en het fosfaat in water te verminderen. De bodem is verdroogd en vermest. Het is ook van belang om goed na te denken waar je een vergister neerzet (qua verkeer en milieuaspecten). Verder geeft natuurmonumenten aan dat de uitstoot van stikstof nu werd gecompenseerd door een ruime financiële bijdrage voor natuurgebieden vanuit het rijk, zo kon de kwaliteit van de natuurgebieden worden verbeterd. Daar komt mogelijk een einde aan.

 

2.13. Duurzame energie

Duurzame energie opwekken

Iedereen is het er mee eens dat er landelijk meer duurzame energie moet worden opgewekt. Wel wordt door sommige de vraag gesteld of en op welke manier dit in Winterswijk moet. Het liefst op een manier waarbij de opbrengst het hoogst is en de landschappelijke schade het laagst. Zo wordt een aantal keer benoemd dat men liever geen windmolens heeft. Ook zonnepanelen passen niet op elk dak (zowel constructie, als vanuit esthetisch oogpunt). De AGEM geeft aan dat er geen keus is tussen kleinschalig of grootschalig en zonnepanelen of windenergie. Voor de ambitie energieneutraal in 2030, moet er op alle vlakken enorm veel gebeuren. Nu mogen kleine windmolens tot 10 meter met een omgevingsvergunning gebouwd worden. Deze windmolens zijn echter niet efficiënt, misschien kan deze grens opgerekt worden tot bijvoorbeeld 15 meter? Natuurmonumenten benoemt dat windmolens het best samen met andere gemeente gebouwd kan worden, zodat er geen losse maar een gezamenlijk windmolenpark ontstaat.

Welke vorm?

  • Biogas: In de regio (Varsenveld en Groenlo) zijn initiatieven voor een grootschalige biogasinstallatie. Vraag is of een grote biogas installatie dan ook nog nodig is in Winterswijk. Een dergelijke ontwikkeling past beter op een bedrijventerrein. De VREWIN vraagt zich af waarom hier alle vergisters worden tegengehouden vanwege gevreesde geuroverlast, terwijl je ze in Duitsland overal ziet. Kreis Borken geeft aan geen nieuwe biogasinstallaties meer te stimuleren omdat deze het verbouwen van mais stimuleert. Kleine biogasinstallaties zijn wel degelijk een optie, die zijn nu echter nog niet heel rendabel. Verder is er het initiatief stoken op streekhout, waarbij gekeken wordt wat terreinbeheerders het beste met hun gekapte hout kunnen doen.
  • Zonne-energie: De voorkeur gaat ernaar uit om zonnepanelen de leggen op schuren of mogelijk in het veld met een heg erom heen. De AGEM geeft aan dat ook het net veranderd en versterkt moet worden bij zonneparken. Dus het moet enerzijds landschappelijk passen en anderzijds moet er gekeken worden naar de capaciteit van het net. Er wordt wel een kanttekening geplaatst bij het realiseren van zonnepanelen in het veld. LTO geeft bijvoorbeeld aan dat zonnepanelen in het veld wel weer ten koste gaan van landbouwgrond. Zonnepanelen op historisch waardevolle bebouwing wordt ook een aantal keer genoemd als een minder gewenste ontwikkeling. Verder wordt aangegeven dat er nog een aantal praktische problemen zijn.
  • Windenergie: Dit is een punt van discussie. Veel geïnterviewde belangengroepen geven aan dat windmolens beter ergens anders in Nederland kunnen en niet passen in het Winterswijkse landschap. De AGEM geeft echter aan dat windmolens onoverkoombaar zijn. De Duitse buren hebben voor de locatie van windmolens gekeken naar de zogenaamde 'konflict freie Raume' dit zijn gebieden waar zo min mogelijk met windmolens conflicterende belangen zijn.

 

2.14. Welstand

De welstandcommissie wordt als nodig gezien, zeker bij het inpassen van nieuwbouw en nieuwe stallen. Wel mag er nog vaker gekeken worden naar landschappelijke inpassing en cultuurhistorie. De AGEM geeft aan dat voor het bereiken van de energie neutrale ambitie in 2030, zo min mogelijk regels gewenst zijn. Toch zien ook zij dat bepaalde gebieden in Winterswijk meer bescherming nodig hebben dan andere. Ook Leisurelands pleit voor soepelere regels. De VREWIN geeft aan dat de bedrijfspanden in Duitsland een stuk goedkoper zijn omdat ze aan weinig esthetische eisen hoeft te voldoen. Toch is dit ongewenst.

 

2.15. Cultuuraanbod

Er wordt aangegeven dat er voor de doelgroep in het buitengebied er voldoende cultuuraanbod is. Wel kan de steengroeve en de volksfeesten nog iets meer op de kaart worden gezet, om zo ook mensen van buitenaf aan te trekken. Voor jongeren is er weinig. Op 't Hilgelo zijn ze wel van plan om hier meer evenementen te gaan organiseren.

 

2.16. Hulpdiensten

De bereikbaarheid voor de hulpdiensten kan verbeterd worden. Zo zijn er een aantal knelpuntwegen (drempels, zandpaden, verlichting) aan te wijzen en hebben hulpdiensten er last van dat de maximum snelheid naar beneden is bijgesteld. Ook de indraai van woningen kan een probleem zijn. Ook is er behoefte aan duidelijkere huisnummerbordjes. Verder wordt aangegeven dat er in het buitengebied te weinig bluswater is. Tot slot gaf een ondernemer in het buitengebied aan dat het belangrijk om te weten is waar de dichtstbijzijnde AID staat.

 

3. Resultaten overleg Buurgemeenten

De omliggende gemeente (ook de Duitse) zijn gevraagd input te leveren voor de omgevingsvisie buitengebied Winterswijk. Een aantal gemeenten hebben een reactie gestuurd, die in dit hoofdstuk staan weergegeven. Er heeft een interview met de Kreis Borken plaats gevonden. De uitkomst daarvan is verwerkt in hoofdstuk 2.

 

3.1. Borken

De Duitse gemeente Borken wil inzetten op een nauwere samenwerking met Winterswijk. Dit op de onderstaande aspecten:

  • Van bijzonder belang is de samenwerking op het gebied van toerisme.
  • Maar ook de economie is interessant: bijvoorbeeld dat bedrijven uit Borken zichzelf kunnen presenteren op scholen of carrièrebeurzen om zo geschikte professionals te kunnen vinden. Vooral als het gaat om geschoolde werknemers moeten de gemeentes nauw samenwerken.
  • Ook het bij elkaar brengen van ondernemers aan weerszijde van de grens lijkt de gemeente Borken erg waardevol. Verschillende thema’s kunnen dan aan bod komen.
  • Enkele voorbeelden van huidige gezamenlijke projecten: 250 jaar jubileum grens Burlo; voortzetten fiets- en wandelpad Vennweg in Burlo/ borken op Kuipersweg in ’t Woold.

 

3.2. Gemeente Oost Gelre

De gemeente Oost-Gelre laat weten dat de afstemming tussen de verschillende gemeenten in hoofdlijnen geborgd is in de door beide gemeenten vastgestelde Regionale Structuurvisie Achterhoek. Elke gemeente zal dat uitwerken voor de eigen situatie. Bij die uitwerking werken Oost-Gelre en Winterswijk nu al samen, bijvoorbeeld op het gebied van landschap (WCL) en beleid voor functieverandering van vrijkomende bebouwing.
Verder wordt verwezen naar de recent vastgestelde Ruimtelijke Atlas van Oost-Gelre.

 

3.3. Gemeente Vreden en Bocholt

De gemeente Winterswijk werkt nauw samen met de gemeente Vreden als het gaat om grensoverschrijdende bedrijvigheid. Er ligt een ambitie om het bestaande bedrijventerrein Gaxel uit te breiden naar Nederlandse grens. Daarnaast is er een ambitie om een dienstencentrum op de grens tussen Winterswijk en Vreden te realiseren.
Tot slot een reactie van de gemeente Bocholt. Zij hebben de vraag vanuit de gemeente Winterswijk als erg positief ervaren om input te geven voor de omgevingsvisie. Er wordt een overleg ingepland om meer inzicht te krijgen in de toekomstvisies van de gemeente Winterswijk en Bocholt. Op het moment van schrijven van dit document heeft dit overleg nog niet plaatsgevonden.