Uitkomsten dialoogavond Omgevingsvisie buitengebied 21 januari 2019

Situatie 2

Enkele jonge stellen waarvan steeds minimaal een van de partners uit de buurtschap afkomstig is willen graag direct aangrenzend aan die buurtschap een nu nog onbebouwd kavel gebruiken om drie woningen voor eigen gebruik te bouwen. De plek is in principe bespreekbaar, omdat die in de Omgevingsvisie niet is uitgesloten van bebouwing.

  • Nieuwe woningen:
    • Eerst bestaande bebouwing, zoals splitsingen
    • Wel mogelijkheid tot nieuwbouw, bij bestaande buurtschappen/kernen
    • Wel letten op landschap
  • Bij splitsingen:
    • Let op voorkomen verrommeling m² bijgebouwen/uitbreidingen
    • Voorwaarden makkelijker
  • Sloop + nieuwbouw moet mogelijk blijven
    • Ook verplaatsing erf wel belangrijk / locatie woning (bv verder van de weg)
  • Is de behoefte voor wonen in het buitengebied vanuit jongeren wel zo groot? Niet alleen financieel, ook onderhoud lijkt soms een belemmering.
  • Bij meerdere woningen op een erf:
    • Plannen goed doordenken
    • Initiatiefnemers moeten goed met elkaar overweg kunnen
  • Geen onderscheid doelgroepen, kijken naar woonbehoefte
  • Vooral redenering 1 + 4
  • Eens, anders “stopt” het buurtschapsleven, bij geen jonge aanwas
  • Tradities niet heilig
  • Krimpvoorspelling + werkelijkheid
  • Maatwerk + precedent
  • Belemmeringen voor komen bestaande bedrijven
  • Woningsplitsing: economisch vaak niet haalbaar
  • Flexibele woning: wonen op recreatieparken tijdelijk toestaan
  • Rood-voor-rood regeling makkelijker maken. Regeling moet blijven bestaan
  • Ongebruikte rechten overdragen aan meerdere personen/percelen
  • Wel regelgeving om wildgroei te voorkomen
  • Liever kleinere eenheden (bv 3 woningen) dan een cluster van 20 woningen (Brinkheurne)

Situatie 3

Een voormalig agrarische ondernemer en zijn partner zijn dik de 70 gepasseerd. Ze zijn jaren geleden gedwongen gestopt vanwege financiële problemen en gebrek aan perspectief voor het bedrijf. Hun erf en woning staan al lang te koop. Maar interesse van kopers is er niet. Het aanwezige asbest en de omvang van de lege stallen schrikken iedereen af, zo geeft de makelaar aan. Investeren willen ze niet meer. Hun toekomst ligt in een seniorenwoning. Om het erf verkoopbaar te maken, willen ze graag het recht om twee extra woningen te bouwen. Dan kunnen ze hun eigendom inclusief het bouwrecht te koop aanbieden.

  • Pluspunten
    • Verpaupering voorkomen
    • Asbest niet te voorzien
    • Extra woning plus voor leefbaarheid
  • Minpunten
    • Waarde toevoegen niet alleen nodig in buitengebied
    • 1 woning extra is genoeg
  • Goede informatie = ook over opties
  • Niet financieel steunen
  • Geen compensatie (extra woning) bij puur asbest sanering
  • Bij verloedering ingrijpen
  • Asbestsanering -> voorfinanciering
  • Mantelzorg
  • Eerst slopen daarna bestemming wijziging max. 2 tot 3 woningen
  • Asbestsubsidie
    • Gemeente
    • Provincie
  • Rood-voor-rood regeling

Situatie 4

In het huidige beleid maken we onderscheid tussen woningen / burgerwoningen, bedrijfswoningen en agrarische bedrijfswoningen. Allemaal met eigen regels vanwege de milieuregelgeving.

  • Onderscheid is begrijpelijk i.vm. bescherming bedrijven. Bedrijfswoningen gelden lagere eisen voor bijv. geluid
  • Men moet zelf kiezen in welke woning men gaat wonen. Hoeveel hinder men acceptabel vindt
  • Zo min mogelijk eisen/regels
  • Zo min mogelijk verschillende soorten woningen, bv woningen zonder bijzondere milieubelasting en woningen met een bijzondere milieubelasting
  • Redenering 3 leidt tot meer bureaucratie
  • Maatwerk kost te veel tijd
  • Willekeur en rechtsongelijkheid
  • Je moet ondernemers beschermen, daar zijn bedrijfswoningen voor
  • Kan oplossing zijn voor jongeren
  • ‘Eigen’ mensen onderhouden het buitengebied beter dan mensen van elders
  • Je moet in het buitengebied bij burgerwoningen een lagere bescherming accepteren. Men kiest er zelf voor!

Agrarische en bedrijfsmatige activiteiten in het buitengebied zouden niet belemmerd mogen worden door woningen in het buitengebied.
Bij woningen moet geen onderscheid worden gemaakt tussen van oorsprong aanwezige burgerwoningen en voormalige agrarische bedrijfswoningen.

  • Eventueel is het een optie om de bestemming wonen en bedrijf van elkaar los te halen. Milieubelasting woningen het zelfde, bedrijfsbelasting wisselend
  • Er wordt door de meeste mensen een noodzaak van grootschaligere landbouw gezien. Er zijn echter ook mensen die juist meer kleinschalige en biologische landbouw willen zien.
  • Besef kweken met alle omwonenden over buitenaf wonen. Dit wonen brengt zowel na als voordelen mee, er wordt verwacht dat iedereen mee werkt om de bedrijvigheid in de buurt in stand te houden.
  • Overgang van landbouw naar andere bedrijfstakken moet geen probleem zijn.
  • Dialoog en elkaar helpen wordt als belangrijk gezien.

Situatie 5

In Winterswijk mogen recreatieparken alleen recreatief gebruikt worden. Er is slechts één uitzondering: mensen die tijdelijk geen woning hebben maar wel een contract voor de toekomstige huur of koop van een andere woning kunnen overleggen, mogen tijdelijk op een recreatiepark wonen. Wat moeten de gemeente wel en niet toelaten op recreatieparken?

Vraag wat is tijdelijk
Huidig beleid tijdelijk overbruggen bij nieuwe woning behouden
Bij werknemers/arbeidsmigranten
In principe niet op recreatieparken
Leidt tot verrommeling
Gaat ten koste van de recreatie
Behoefte aan tijdelijk wonen voor werknemers moet wel opgelost worden d.m.v. nieuwe voorzieningen, bv verbouw stallen
Evt. speciaal gedeelte van recreatieparken hiervoor aanwijzen
Werkgevers aanmoedigen om zelf voor oplossingen te zorgen
Vooral redenering 4 spreekt aan
In een solitaire recreatiewoning zou meer mogelijk moeten zijn. Er is daar meer toezicht
Recreatieparken zijn bedoeld voor recreanten
Zet dit de reguliere woningmarkt niet onnodig onder druk?
Er is wel behoefte aan regels, zeker op de parken
Handhaving is lastig!

Langdurig gebruik van recreatiewoningen buiten het hoogseizoen moet mogelijk zijn.
Huisvestiging ook geschikt voor buitenlandse werknemers.
Nader te bepalen welke  recreatieterrein en % van recreatiewoningen voor een dergelijk gebruik.

  • Behoefte aan huisvesting voor werknemers die tijdelijk in Winterswijk zitten. Dit buiten de hotels en B&B om.
  • Recreatie moet niet gebruikt worden voor permanente bewoning.
  • Wat is de evenwicht met de natuur? Wordt de natuurbelasting niet veel groter met permanente bewoning.

Situatie 6

Een pretpark van een bekend merk dient zich aan. De doelgroep is gezinnen met kinderen. Het heeft marktonderzoek gedaan en ziet potentie voor 200.000 bezoekers per jaar. Allemaal dagjesmensen. Uit Nederland, en uit Duitsland. De marketing richt zich op de driehoek Apeldoorn, Arnhem, Münster.

  • Op en rond de Steengroeve activiteiten
  • Befaamd van het bekenlandschap
  • Geen groot pretpark
  • Soort aanbod is van belang, moet passend zijn
  • Redenering 6 met matiging van maximum aantal bezoekers. Niet te grootschalig
  • Wel een Archeon, geen Juliana toren qua thema
    • Wel kleinschalig
    • Thema natuur/landschap bv bezoekerscentrum
      • Bekijken grondsoorten/onder de grond, educatief centrum
  • Doelgroep gezinnen
  • Pluspunten
    • Werkgelegenheid voor jeugd
    • Moet mogelijk zijn mits geen geluidsoverlast
  • Minpunten
    • Winterswijkse ondernemers zullen weinig profijt hebben
    • Pretpark past niet bij Winterswijk. Toeristen komsten voor rust, natuur, etc.

Situatie 7

Een echtpaar van 48 en 53 (A) exploiteert een boerenbedrijf. De schaal waarop ze opereren maakt het bedrijf net niet rendabel, maar ze hebben geen behoefte aan verdere grote investeringen in extra grond en modernere stallen. Nadat ze zich verdiept hebben in een extra activiteit kwamen ze tot de volgende oplossing:

  • Ze hebben een jonger stel (B) gevonden dat een webshop wil beginnen in combinatie met natuurwandelingen, ook willen ze zelf graag buiten wonen en werken en een gezin stichten.
  • Het stel A besluit om een deel van het hoofdgebouw te verbouwen als woning voor B. In een van de bijgebouwen maken ze een bedrijfsruimte waar de voorraad voor de webshop komt en een ontvangstruimte voor - kleine - groepen wandelaars.
  • Stel A kan de investering in de aanpassingen deels zelf, deels met de bank financieren. De huuropbrengst van de nieuwe woning en de bedrijfsruimte dekt die kosten, en geeft daarbovenop een vaste en duurzaam inkomen als aanvulling op het agrarisch inkomen.

Zowel stel A als stel B wil dat de nieuwe woning volledig onafhankelijk is en dus een eigen nummer krijgt. Stel A wil in het huurcontract opnemen dat stel B volledig akkoord gaat met alle agrarische activiteiten.

  • Pluspunten
    • Bedrijf rendabel houden
    • Splitsing i.v.m. toelagen etc.
    • Goed voor toerisme
  • Minpunt
    • Wel maximeren, passend bij bestaand
  • Een ontwikkeling hoeft niet altijd bij te dragen aan de identiteit
  • Buitengebied moet geen industrieterrein worden
  • Individueel belang, maatschappelijk belang
  • Leegstand kan leiden tot criminele activiteiten
    • Verpaupering tegen gaan
  • Betere verhoudingen contingenten: meer in buitengebied voor leefbaarheid i.p.v. in Winterswijk zelf

Situatie 8

Een echtpaar van 59 en 63 (A) exploiteert een boerenbedrijf. De schaal waarop ze opereren maakt het net niet rendabel, maar feitelijk willen ze afbouwen. Hun gezondheid laat het zware werk niet meer goed toe. Hun pensioen is beperkt, en ze willen graag buitenaf blijven wonen. Nadat ze zich verdiept hebben in de mogelijkheden vinden ze een jong stel (B) dat biologisch wil gaan boeren. Samen komen ze tot het volgende idee dat ze aan de gemeente voorleggen:

  • B heeft een ondernemingsplan gemaakt waaruit blijkt dat ze 5 jaar nodig hebben om tot een volledige exploitatie te komen. In die 5 jaar kunnen ze wel betalen voor de huur van een woning en een vergoeding voor gebruik van grond en bedrijfsgebouwen.
  • Er is de mogelijkheid om een deel van het hoofdgebouw te verbouwen tot een prettige seniorenwoning, waar stel A geriefelijk kan wonen. A kan investeren in de benodigde verbouwing.
  • B huurt de oorspronkelijke woning en sluit een overeenkomst voor gebruik van grond en gebouwen. Deel van de overeenkomst is dat B na 5 jaar het geheel koopt, waarna A de door haar bewoonde woning van B gaat huren. Financieel en contractueel is alles afgedekt, in elk geval voldoende voor beide partijen en haar financiers.

Zowel stel A als stel B wil dat de nieuwe woning volledig onafhankelijk is en dus een eigen nummer krijgt. Stel B zorgt zelf voor alle benodigde (agrarische vergunningen). Als dit wordt toegestaan, zal A het agrarisch bedrijf beëindigen. De bestemming zal dus gewijzigd moeten worden om het hele idee mogelijk te maken.

  • Pluspunten
    • Splitsing maakt betaalbaar wonen mogelijk in buitengebied
    • Bebouwing wordt niet uitgebreid, woonruimte wel
    • Verjonging in het buitengebied
    • Zorg voor ouderen (mantelzorg/noaberhulp) mogelijk
    • Kleinschalig boerenbedrijf is zo mogelijk

Situatie 9

Een echtpaar van 59 en 63 (A) exploiteert een boerenbedrijf. De schaal waarop ze opereren maakt het net niet rendabel, maar feitelijk willen ze afbouwen. Hun gezondheid laat het zware werk niet meer goed toe. Hun pensioen is beperkt, en ze willen graag buitenaf blijven wonen. Ze komen in contact met twee jonge stellen (B) en (C). Stel B wil het bedrijf voortzetten in de huidige vorm, en houdt rekening met een bescheiden inkomen. Een van de partners van dat stel heeft een goede baan en wil die ook behouden. Stel C wil een bedrijf beginnen dat agrarische producten verwerkt, en zich gaan specialiseren in streekproducten. Samen komen ze met het volgende voorstel bij de gemeente:

  • Er is de mogelijkheid om een deel van het hoofdgebouw te verbouwen tot een prettige seniorenwoning, waar stel A geriefelijk kan wonen. Zij beëindigen dan hun agrarisch bedrijf. Stel B zal de oorspronkelijke woning gaan bewonen. Er is nog een karakteristieke schuur op het erf die groot genoeg is voor een woning voor stel C, alsmede voor hun bedrijfsruimte.
  • Stel B kan de aankoop en verbouwing van het geheel financieren. De huuropbrengst van de woning van A, de woning van C en de bedrijfsruimte van C zorgen samen met hun eigen vermogen, het vaste inkomen van B, en de verwachte bedrijfsopbrengsten van B voor voldoende financiële dekking. De bank is met de constructie akkoord, mits de woningen formeel aparte kadastrale woningen met een eigen huisnummer worden. C financiert zelf de inrichting en aanpassing van de bedrijfsruimte.

Het voorstel betekent dat een verbreding van de bestemming van alleen agrarisch naar agrarisch met wonen en met een niet-agrarisch bedrijf. Bovendien moeten twee extra woningen op dit kavel toegestaan worden om het hele idee te laten slagen.

  • Meerdere mogelijkheden om een “erf” levensvatbaar te houden
  • Agrarische bestemmingen laten bestaan
  • Geen twee woningen één voordeur
  • Splitsing zodanig dat er twee adressen zijn, volwaardige splitsing
  • Soepel omgaan met woning contingent

Situatie 10

Een actieve groep mensen (bewoners en niet bewoners) heeft duurzaamheid en nieuwe samenlevingsvormen als ideaal. Ze wil starten met de aankoop van een grote, maar vervallen boerderij, met veel grond. Het idee is om daar met een groep mensen te gaan wonen en buiten (erf, maar ook op het land) tien mini-huisjes te gaan bouwen. De exploitatie zal in eerste instantie gezamenlijk gedaan worden, maar de doelstelling is dat op termijn de verschillende activiteiten uiteenvallen in meerdere eigen bedrijfsactiviteiten.

  • Wees zuinig met je contingenten. 10 Op één plek is wel heel veel
  • Levert deze groep wel een bijdrage aan de leefbaarheid van het buitengebied?
  • Nieuwe initiatieven toestaan bij de bestaande buurtschappen. Is beter voor de bestaande voorzieningen
  • Effecten van plan op de locatie beoordelen
  • Functieverandering van bestaande boerderijen is erg belangrijk
  • Geen bezwaar verschillende woonvormen
  • Onder randvoorwaarden
    • Inpassing landschap
    • Inpassing in gemeenschap

Gemeente moet dergelijke initiatieven ruimte bieden.
Voorwaarden.  Pilot project en geen inlevering van woningen ten koste van woningbouw in buurtschappen.

  • Samenwerking / draagvlak met de buurt is belangrijk.
  • Hoeveelheid adressen is een probleem, zolang het niet ten koste gaan van andere woningbouw in de buurtschappen vinden de meeste mensen het prima.
  • Eventueel wellicht een manier om dit te combineren met zorg en ondersteuning in de buurtschappen.
  • Het is een optie te downsizen van grote bedrijven.
  • Er wordt getwijfeld aan de inpassing binnen de buurt, zeker kijkend naar de grote hoeveelheid bijgebouwen.

Situatie 11

Er is een grote woonboerderij met bijgebouwen te koop. Een echtpaar van buiten Winterswijk wil deze kopen. Hun doel is om hier met een paar gezinnen te gaan wonen en werken. Ze zien goede mogelijkheden voor vier woonunits (voor hunzelf, de ouders van een van hen die al zorg behoeven, en de twee andere stellen).

Bedrijfsmatig willen ze een activiteit met paarden, een werkplaats voor ICT en elektronica en een horecagelegenheid. Bij de horeca is een aantal B&B kamers ingepland. Op het land zal ook een zonnepanelenpark worden aangelegd. Ze zullen zelf voor alle financiering zorgen. Juist de mix van activiteiten en een drietal financieel en juridisch onafhankelijke ondernemers maakt een gezonde exploitatie mogelijk. De bestemming is al wonen, dus het gaat in hun voorstel alleen om:

  • Splitsing in 4 onafhankelijke woonunits. Kadastrale splitsing hoort daar bij, er ontstaan drie eigenaren van elk hun eigen deel.
  • Verhuur van een woning aan de ouders.
  • De bedrijfsactiviteiten en het zonnepanelenpark.
  • Pluspunt
    • Leefbaarheid
  • Minpunt
    • Verstening
  • Pluspunten
    • Splitsing moet kunnen wel complete wooneenheden
    • Mits passend bij omgeving
    • Woonunits minimaal aantal m³
    • Binnen bestaande bebouwing geen maximaal aantal mits minimale inhoud
    • Bedrijfsactiviteit beperkt (kraamkamer)
    • Zonnepanelenpark mits ingepast in de omgeving
  • Minpunten
    • Zonnepanelenpark is landschapsvervuiling
    • Zonnepanelen eerst op alle daken

Situatie 12

Een ondernemer (niet-agrarisch) woont en werkt in het buitengebied. Hij wil stap voor stap de energiedoelstelling ook op eigen erf en met eigen inspanningen realiseren. Op het erf staat een oude, maar niet karakteristieke, schuur. Hij wil deze herbouwen naar het model van een meer karakteristieke schuur zoals er ooit gestaan heeft. Maar deze schuur wil hij een kwart slag draaien en verder af van de boomsingel (waar de huidige schuur strak aan staat) en de boerderij plaatsen. Dat wil hij om een groter rendement te krijgen van de zonnepanelen die hij op de nieuw te bouwen schuur wil plaatsen. Daartoe zal hij buiten het oorspronkelijke bouwblok bouwen. Er is geen subsidie of lening nodig. De ondernemer legt al het benodigde geld zelf op tafel.

  • moet mogelijk zijn, niet betuttelend
  • flexibel omgaan met bouwblokken
  • afhankelijk stellen van max. oppervlak
  • moet wel passen in de omgeving
  • bouwblokken lang geleden vastgesteld
    • veel ontheffingen
    • bouwblok bij beoordeling als uitgangspunt nemen
  • compact erf

Situatie 13

Een boer nadert zijn pensioen en heeft geen opvolger. Hij is betrokken bij plattelandsontwikkeling en ziet een combinatie van mogelijkheden die hem aanspreken en hem inclusief zijn bedrijf een goede volgende fase geven. Het in Twente ontwikkelde “knooppuntenerf” staat model voor het plan. Via een speciaal project vindt hij een jonge boer die een aantal jaren met hem samen gaat werken waarna de jonge boer het overneemt. De nieuwe boer betrekt dan de oorspronkelijke woning, na een verduurzamingsverbouwing. De oude boer betrekt dan met zijn vrouw een van de appartementen die in de oorspronkelijke boerderij en een bijgebouw zijn gebouwd. Dat brengt het totaal op twee gezinswoningen en drie appartementen. Ook zijn er een drie Tiny Houses voor experimenterende jongeren voorzien.

De oorspronkelijke stallen (ligboxen etc.) worden in de stijl verbouwd, met veel hout, glas. En ze worden compleet bedekt met zonnepanelen. Een deel wordt huisvesting voor jonge, dynamische bedrijven en de rest voor het boerenbedrijf.

Het plan zal fasegewijs worden uitgevoerd. Dat doen de bedenkers met name omdat ze dan het gehele plan zelf kunnen financieren. Maar de initiatiefnemers willen niet via salamitactiek de gemeente stapje voor stapje meer laten vergunnen. Ze spelen het open, en vragen een oordeel over het idee als geheel. Een idee dat misschien wel tien jaren kost om volledig uitgevoerd te worden.

Het agrarisch bedrijf krijgt op deze wijze een opvolger die het bedrijf in een nieuwe vorm kan behouden en het erf toekomstbestendig kan maken. Lukt het plan niet, dan zal er geen andere mogelijkheid resten dan de landbouwgrond te verkopen voor meer grootschalige landbouw. De verwachting is dat de stallen blijven leegstaan en vervallen, en de boer er waarschijnlijk niet kan blijven wonen.

De combinatie van agrarische bedrijvigheid, niet-agrarische bedrijvigheid en niet-agrarisch wonen is in het stelsel van de Wet ruimtelijke ordening altijd een heftig discussiepunt. Gaan we daar met de Omgevingswet anders mee om?

  • Hergebruik bijgebouwen van stoppende boerderij pré
  • Waardevolle bijgebouwen moeten behouden blijven
  • Door agrarische en niet-agrarische activiteiten toe te staan trek je jongeren en voorkom je leegstand
  • Redenering 2 is positief
  • Als het mislukt zien we wel weer
  • Maakt niet uit hoeveel woningen per erf
  • Niet laten tegenouden door andere locaties die misschien geschikter zijn. Gewoon het plan beoordelen dat voorligt
  • Pluspunten
    • Combinatie agrarisch en niet-agrarische activiteit is goed voor buitengebied
    • Rood-voor-rood op één erf is wenselijk
  • Minpunten
    • Tiny houses passen niet in het buitengebied. Er is genoeg bestaande bebouwing die geschikt gemaakt kan worden voor wonen. Tiny houses zijn niet nodig
    • Niet agrarische activiteiten alleen toestaan als er geen belasting is voor de omgeving

Situatie 14

De eigenaar van een minicamping wil doorgroeien. De markt beweegt zich in de richting van grotere plaatsen, meer voorzieningen en meer luxe. De gemeente wil het aantal overnachtingen doen groeien. Het initiatief van de eigenaar koppelt die beide: meer plaatsen (50) en de kwaliteit die de consument vraagt. Daarvoor investeert hij ook in een zwemvijver en in de begroeiing rondom de camping. Bovendien installeert hij goed ingepast een zonneveld van 120 panelen.

  • Verzoek om uitbreiding beoordelen op basis van criteria die ook voor andere campings gelden
  • Zonnepanelen niet relevant
  • Wel belangrijk kwaliteit slag
  • Ook afhankelijk van omgeving en landschap
  • Rekening houden met milieuvoorschriften van agrarische bedrijven in omgeving
  • Voorzichtig omgaan met teveel van dit soort initiatieven omdat landschap bewaard moet blijven
  • Initiatief prima mits landschap dat aan kan
  • Toets op innovatieve concepten (pré)
  • Toets op behoefte zonnepanelen
    • Ja, mits ingepast
    • Niet gekoppeld aan de aanvraag

Situatie 15

De eigenaar van een verpauperde recreatiewoning doet een aanvraag voor sloop gecombineerd met nieuwbouw op het zelfde erf. De plek is in de Atlas Omgevingskwaliteit aangemerkt als stil, donker, landschappelijk fraai en hoog bio divers. De regels voor cumulatie van kwaliteit zijn dus van toepassing.

  • Redenering 1: winst omgevingskwaliteit
    • Recreatiewoning toegestaan
    • Niet ombouwen tot woning
  • Nieuwbouw met inachtname van de hiervoor geldende regels (oppervlakte + bouwvolume)
  • Vanwege de waarheid géén nieuwbouw
  • Leegstand zorgt niet voor teruglopen omgevingskwaliteit, natuur neemt terug, nestplaats voor dieren
  • Sloop mag wel

Situatie 16

Een agrarisch bedrijf beschikt over woonmogelijkheid voor de huidige ondernemers. Op basis van bedrijfsomvang biedt het huidige beleid geen mogelijkheid voor een extra wooneenheid. Echter heeft de toekomstige bedrijfsopvolger de wens om ook bij het agrarisch bedrijf te kunnen wonen. Hoewel hij nog grotendeels in loondienst bij derden werkt, is hij daarnaast ook ’s ochtends en/of ’s avonds en/of in het weekend veelvuldig werkzaam op het agrarisch bedrijf.

Sociaal gezien is het zeer wenselijk om een extra wooneenheid, met eigen nummer, toe te voegen aan het erf.

  • Moet mogelijk zijn (redenering 2)
  • Wel koppelen aan bedrijfsvoering
    • Dan 2e woning mogelijk
    • Denk op termijn aan mantelzorg
  • Normen (omvang bedrijf) loslaten
  • Toestaan extra woning argumenten
    • Leefbaarheid
    • Toekomstbestendigheid
    • Continuïteit bedrijf

Situatie 17

Een voormalig agrarisch bedrijf is gekocht door een burger. De bestemming is ook nog agrarisch. De nieuwe eigenaar vraagt om een gastenverblijf buiten het bouwblok. Op het erf staat een lege stal met asbestdak. Onderdeel van het plan is een duidelijke verbetering van de inrichting van de tuin en van de erfgrens. De landschappelijke inpassing zal daardoor zonder meer beter worden.

  • Teveel toeristen wordt niet altijd gewaardeerd
  • Alle woningen permanent bewonen
  • Bijdrage aan het sociale buurt leven?
  • Toestaan mits voldoende compensatie
  • Let op ongewenste precedentwerking
  • Let op te veel verstening (i.v.m. landschap)
  • Zoveel mogelijk maatwerk met richtlijnen
  • Richtlijnen vastleggen in omgevingsplan
  • Overleggen met buurt

Algemene opmerkingen

  • Inpasbaarheid:
    • Helder omschrijven
    • Niet alleen campings
  • Meer respect voor agrariërs in visie:
    • Onderhoud coulisselandschap
  • Vrij wonen:
    • Jonge gezinnen betaalbaar wonen, ook op recreatieparken/chaletwoningen
    • Lange termijn: reguliere woningen bouwen, beleid opstellen
  • Megastallen:
    • Maatwerk
    • Ook bijvoorbeeld detailhandel
  • Bouwplan met 10 kleine woningen:
    • Pilot zonder huisnummer
    • Geen beperking woningcontingent
    • Voorkeur uitvoering met zorg
  • Recreatiewoningen:
    • Laag seizoen – permanent? 6 maand
    • Overlast aantal %
  • Algemeen/rode draad:
    • Pers omstandigheden meewegen of meer afstand
      • Gaat om resultaat
      • maatwerk

Uitgelicht