Uitkomsten dialoogavond Omgevingsvisie buitengebied 23 januari 2019

Situatie 2

Enkele jonge stellen waarvan steeds minimaal een van de partners uit de buurtschap afkomstig is willen graag direct aangrenzend aan die buurtschap een nu nog onbebouwd kavel gebruiken om drie woningen voor eigen gebruik te bouwen. De plek is in principe bespreekbaar, omdat die in de Omgevingsvisie niet is uitgesloten van bebouwing.

  • Buitengebied loopt leeg
  • Zorgen over voorzieningen
  • samenhorigheid is “1”
  • betaalbaar wonen: jongeren
  • splitsen is kostbaar, meerdere partijen nodig
  • let op! Bestaande woonerven kunnen door buitenstaanders als recreatiewoning worden gebruikt.
  • vraag en aanbod bij elkaar brengen
  • bebouwing centreren!
  • vervangende nieuwbouw: erf op erf
  • niet buitengebied volbouwen
  • karakter van het buitengebied behouden
  • doorstroming stimuleren
  • Voorkeur bestaande bebouwing gebruiken
  • slopen bijgebouwen, deze vervangen nieuwbouwwoningen
  • aantal woningen is niet belangrijk, mogen meer zijn. Afhankelijk van de ruimte.
  • betaalbare woningen, met name voor jeugd
  • voorrang aan inwoners Winterswijk
  • buitengebied leefbaar houden

Situatie 3

Een voormalig agrarisch ondernemer en zijn partner zijn dik de 70 gepasseerd. Ze zijn jaren geleden gedwongen gestopt vanwege financiële problemen en gebrek aan perspectief voor het bedrijf. Hun erf en woning staan al lang te koop. Maar interesse van kopers is er niet. Het aanwezige asbest en de omvang van de lege stallen schrikken iedereen af, zo geeft de makelaar aan. Investeren willen ze niet meer. Hun toekomst ligt in een seniorenwoning. Om het erf verkoopbaar te maken, willen ze graag het recht om twee extra woningen te bouwen. Dan kunnen ze hun eigendom inclusief het bouwrecht te koop aanbieden.

  • Voorkeur sociaal gezicht hebben
  • Prestatieafspraken/verplichting voor eigenaar
  • Bedrijvigheid mag niet een belemmering gaan vormen voor toekomstige plannen. Uitbreiding moet mogelijk zijn voor bedrijven.
  • Maatwerk afhankelijk van het doel van het gebied
  • Geen leegloop in het buitengebied
  • Wel probleem oplossen
  • Niet ten koste van gemeenschap
  • Woningcontingent loslaten
  • Bouwen naar behoefte (woning, bedrijf, of…)
  • Rood-voor-rood (bouwvolume bank à la grondbank: uitruil)

Situatie 4

In het huidige beleid maken we onderscheid tussen woningen / burgerwoningen, bedrijfswoningen en agrarische bedrijfswoningen. Allemaal met eigen regels vanwege de milieuregelgeving.

  • Eenduidige regelgeving in de regio en het land
  • Bestaande bedrijven op huidige plekken uitbreidingsruimte geven. Er komen minder agrarische bedrijven
  • Bouwblokken gemakkelijker aanpassen
  • Geeft flexibiliteit voor snelle veranderde samenleving
  • Tegengaan verpaupering
  • Normering ter bescherming burgers
  • Niet traditionele samenlevingsvormen
  • Milieubelasting door de burgers ook meewegen
  • Wonen nabij een bedrijf moet mogelijk zijn. Wel moet bij bedrijf worden gekeken naar mogelijke hinder
  • Wonen nabij bedrijf geen probleem onderlinge verhoudingen bepaalt de mogelijkheden
  • Instemming  van de buurt maar met enkele randregels.
  • Nieuw bedrijf acc maar rekening houden met uiterlijk van het bedrijf. Type/stijl van het gebouw minstens zo belangrijk als de grote voor het landschap
  • 150 m2 bijgebouwen is te weinig, bij splitsing wordt dit snel gevuld. Zeker bij grote boerderijen die meerdere keren gesplitst kunnen worden.
  • Minimale grootte van 400 m3 loslaten. Kleiner acceptabel. Verbouw  binnen hoofdgebouw.
  • Splitsen in meer (dan 2) wooneenheden moet mogelijk zijn.
  • Gesplitste woning dat ook gesplitst perceel en gesplitste indeling van het perceel en dus b.v. twee inritten of duidelijk geregeld recht van overpad.
  • Splitsen van grote boerderijen geeft meer mogelijkheden tot mantelzorg.
  • Discussie over het rood voor rood programma. Er heerst de indruk dat dit oude gebouwen zijn aangekocht met als doel "nieuwe kernen" te vormen. Deze passen kwa stijl ook nog eens niet in het landschap.
  • Bij niet agrarische / grond gebonden bedrijvigheid is er wel een zekere grote dat een bedrijf naar het industrie terrein moet.

Situatie 5

In Winterswijk mogen recreatieparken alleen recreatief gebruikt worden. Er is slechts één uitzondering: mensen die tijdelijk geen woning hebben maar wel een contract voor de toekomstige huur of koop van een andere woning kunnen overleggen, mogen tijdelijk op een recreatiepark wonen. Wat moeten de gemeente wel en niet toelaten op recreatieparken?

  • Is aan exploitant: is verantwoordelijk
  • Lastig: hoe krijg je ze eruit?
  • Niet wenselijk wonen in park: economisch!
  • Meer woningen is wel meer bebouwing, willen we niet!
  • Geen extra vakantiewoningen! Tenzij beperkt bij bijvoorbeeld een woning
  • Alleen als het iets toevoegt aan het buitengebied
  • Zakelijk verhuur mag geen hinder geven: tijdelijk, niet veel, spreiding
  • Recreatiepark oorspronkelijke functie teruggeven. Naar recreatie, revitaliseren bv.
  • Tijdelijk bewonen mag
  • Arbeidsmigranten hebben geen tijdelijke behoefte dus niet toestaan. Er wordt erkend dat er een behoefte is
  • Ruimere bestemmingen toelaten als er behoefte is aan woonruimte voor tijdelijk arbeidsmigranten elders
  • Stagiaires/ buitenlandse werknemers in recreatiewoning
  • Niet recreatiepark afhankelijk
  • Regels stellen t.a.v. het gebruik van recreatiewoningen
  • Geen overlast/ toezicht blijven uitoefenen.
  • Mogelijkheid wordt besproken van handhaven deels ook op basis van overlast.
  • Niet elke park beheerder zal dit willen, ligt daar ook niet een stuk verantwoordelijkheid.
  • Permanente bewoning is niet de bedoeling. Er is wel een bewustzijn dat de grens vaag is.
  • Goed kijken naar wat de functie en de behoefte van de huizen is.
  • Rol van eigenaren in een park, wat zijn de uitdagingen van een park met verschillende eigenaren.

Situatie 6

Een pretpark van een bekend merk dient zich aan. De doelgroep is gezinnen met kinderen. Het heeft marktonderzoek gedaan en ziet potentie voor 200.000 bezoekers per jaar. Allemaal dagjesmensen. Uit Nederland, en uit Duitsland. De marketing richt zich op de driehoek Apeldoorn, Arnhem, Münster.

  • De ligging i.v.m. vervoerbewegingen
  • Bedrijvigheid (centrum) positief
  • Minder bezoekers die voor de rust komen
  • Is (vaak) gesloten: weinig toegevoegde waarde voor buitengebied zelf
  • Beleving/emoties
  • Openstaan voor nieuwe ontwikkelingen
  • Small is beautiful
  • Geen onderscheid
  • 200.000 schrikken we niet van! 200 auto’s per dag. 1 miljoen Obelink.
  • Inpassing: omgeving, inpandig, doelgroep
  • Niet combineren met bijvoorbeeld Obelink
  • Open houding: niet afwijzen

Situatie 7

Een echtpaar van 48 en 53 (A) exploiteert een boerenbedrijf. De schaal waarop ze opereren maakt het bedrijf net niet rendabel, maar ze hebben geen behoefte aan verdere grote investeringen in extra grond en modernere stallen. Nadat ze zich verdiept hebben in een extra activiteit kwamen ze tot de volgende oplossing:

  • Ze hebben een jonger stel (B) gevonden dat een webshop wil beginnen in combinatie met natuurwandelingen, ook willen ze zelf graag buiten wonen en werken en een gezin stichten.
  • Het stel A besluit om een deel van het hoofdgebouw te verbouwen als woning voor B. In een van de bijgebouwen maken ze een bedrijfsruimte waar de voorraad voor de webshop komt en een ontvangstruimte voor –kleine- groepen wandelaars.
  • Stel A kan de investering in de aanpassingen deels zelf, deels met de bank financieren. De huuropbrengst van de nieuwe woning en de bedrijfsruimte dekt die kosten, en geeft daarbovenop een vaste en duurzaam inkomen als aanvulling op het agrarisch inkomen.

Zowel stel A als stel B wil dat de nieuwe woning volledig onafhankelijk is en dus een eigen nummer krijgt. Stel A wil in het huurcontract opnemen dat stel B volledig akkoord gaat met alle agrarische activiteiten.

  • Probleem wordt opgelost, maar moet juridisch geregeld worden
  • Moet voor toekomstige ontwikkelingen (+/-10jr) ook goed zijn of aangepast kunnen worden
  • Vanwege stankcirkel moet het geheel in 1 eigendom blijven
  • Koppelen van wonen en werken om de leefbaarheid te behouden. Ook voor de langere termijn
  • Mensen met economische binding met omgeving
  • Werkgelegenheid (werkplekken) hier behouden of thuis werken
  • Wat is voor de toekomst van belang, niet blijven hangen in verleden, wat toen belangrijk was
  • Buitengebied is geschikt als kantoorruimte.
  • Vrijkomende (agrarische) bebouwing moet gebruikt kunnen worden voor andere functies (zorg, wonen) voor de leefbaarheid van het buitengebied
  • Hergebruik van gebouwen in woningbouw naar behoefte
  • Ook nieuwbouw in stijl. Dit moet wel haalbaar zijn
  • Voor een initiatiefnemer bv. Oude Schoppe niet één woning realiseren mar meerdere. Sturen op kwaliteit is prioriteit
  • Wat is de hinder / overlast van het huidige bedrijf. Als de belasting voor de buurt gelijk blijft, dan zou het moeten kunnen. Als de belasting sterk toe neemt, dan is dat echter anders.
  • Duidelijke rol / inspraak van de buurt
  • Natuurrol wordt vergelijkbaar gezien als kamperen op de boerderij. Vanuit dat oogpunt is het geen probleem om de toeristen toe te laten.
  • Tijden dat het bedrijf actief is zijn van invloed. Past deze activiteit binnen het ritme van de omgeving, is het noodzakelijk altijd bezig te zijn.
  • Leegstand / verloedering is slechter voor de buurt dan iets meer activiteit.

Situatie 8

Een echtpaar van 59 en 63 (A) exploiteert een boerenbedrijf. De schaal waarop ze opereren maakt het net niet rendabel, maar feitelijk willen ze afbouwen. Hun gezondheid laat het zware werk niet meer goed toe. Hun pensioen is beperkt, en ze willen graag buitenaf blijven wonen. Nadat ze zich verdiept hebben in de mogelijkheden vinden ze een jong stel (B) dat biologisch wil gaan boeren. Samen komen ze tot het volgende idee dat ze aan de gemeente voorleggen:

  • B heeft een ondernemingsplan gemaakt waaruit blijkt dat ze 5 jaar nodig hebben om tot een volledige exploitatie te komen. In die 5 jaar kunnen ze wel betalen voor de huur van een woning en een vergoeding voor gebruik van grond en bedrijfsgebouwen.
  • Er is de mogelijkheid om een deel van het hoofdgebouw te verbouwen tot een prettige seniorenwoning, waar stel A geriefelijk kan wonen. A kan investeren in de benodigde verbouwing.
  • B huurt de oorspronkelijke woning en sluit een overeenkomst voor gebruik van grond en gebouwen. Deel van de overeenkomst is dat B na 5 jaar het geheel koopt, waarna A de door haar bewoonde woning van B gaat huren. Financieel en contractueel is alles afgedekt, in elk geval voldoende voor beide partijen en haar financiers.

Zowel stel A als stel B wil dat de nieuwe woning volledig onafhankelijk is en dus een eigen nummer krijgt. Stel B zorgt zelf voor alle benodigde (agrarische vergunningen). Als dit wordt toegestaan, zal A het agrarisch bedrijf beëindigen. De bestemming zal dus gewijzigd moeten worden om het hele idee mogelijk te maken.

  • Voorrang voor agrariërs: ontstaan/beheerders buitengebied
  • Regelgeving t.a.v. bewoning
  • Aanmerken als plattelandswoning: hindercirkels
  • 400 m³ hindercirkels: aanpassen aan hedendaagse eisen (maatwerk)
  • Inventarisatie/visie woningbehoefte
    • Verdeling, ten gunste van buitengebied, dorp/buitengebied
  • Weg met term krimpgebied
  • Splitsing mogelijk maken in bestaande bebouwing. Woon contingent hiervoor reserveren
  • Splitsing moet mogelijk zijn
    • Leefbaarheid
    • Mantelzorg
  • Prima
    • Woning
    • Bedrijfswoning
  • Ook als bedrijf stopt. Dan twee woningen op bestaand erf

Situatie 9

Een echtpaar van 59 en 63 (A) exploiteert een boerenbedrijf. De schaal waarop ze opereren maakt het net niet rendabel, maar feitelijk willen ze afbouwen. Hun gezondheid laat het zware werk niet meer goed toe. Hun pensioen is beperkt, en ze willen graag buitenaf blijven wonen. Ze komen in contact met twee jonge stellen (B) en (C). Stel B wil het bedrijf voortzetten in de huidige vorm, en houdt rekening met een bescheiden inkomen. Een van de partners van dat stel heeft een goede baan en wil die ook behouden. Stel C wil een bedrijf beginnen dat agrarische producten verwerkt, en zich gaan specialiseren in streekproducten. Samen komen ze met het volgende voorstel bij de gemeente:
Er is de mogelijkheid om een deel van het hoofdgebouw te verbouwen tot een prettige seniorenwoning, waar stel A geriefelijk kan wonen. Zij beëindigen dan hun agrarisch bedrijf. Stel B zal de oorspronkelijke woning gaan bewonen. Er is nog een karakteristieke schuur op het erf die groot genoeg is voor een woning voor stel C, alsmede voor hun bedrijfsruimte.
Stel B kan de aankoop en verbouwing van het geheel financieren. De huuropbrengst van de woning van A, de woning van C en de bedrijfsruimte van C zorgen samen met hun eigen vermogen, het vaste inkomen van B, en de verwachte bedrijfsopbrengsten van B voor voldoende financiële dekking. De bank is met de constructie akkoord, mits de woningen formeel aparte kadastrale woningen met een eigen huisnummer worden. C financiert zelf de inrichting en aanpassing van de bedrijfsruimte.
Het voorstel betekent dat een verbreding van de bestemming van alleen agrarisch naar agrarisch met wonen en met een niet-agrarisch bedrijf. Bovendien moeten twee extra woningen op dit kavel toegestaan worden om het hele idee te laten slagen.

  • Bedrijvigheid blijft bestaan
  • Sociaal aspect belangrijk
  • Gemeente minder betuttelen
  • Hobbyboeren zijn prima
  • Kans voor jongeren
  • Huurwoningen aantrekkelijk voor jongeren
  • Doorstroming is kans/helpt
  • Cultuurhistorisch verbouwen met behoud van kwaliteit is goed
  • 3 woningen prima
    • Herbestemd “oude’ schuur = positief
  • Bijgebouwen met kwaliteit passend bij cultuurhistorie/gebiedskwaliteit
  • Tegengaan van volproppen
  • Geborgd in plan aan voorkant
  • Woningbouw met kwaliteit voor gebied

Situatie 10

Een actieve groep mensen (enkelen van hen reeds in Winterswijk woonachtig) heeft duurzaamheid en nieuwe samenlevingsvorm als ideaal. Ze wil starten met de aankoop van een grote, maar vervallen boerderij, met veel grond. Het idee is om daar met een groep mensen te gaan wonen en buiten (erf, maar ook op het land) tien mini-huisjes te gaan bouwen. De exploitatie zal in eerste instantie gezamenlijk gedaan worden, maar de doelstelling is dat op termijn de verschillende activiteiten uiteenvallen in meerdere eigen bedrijfsactiviteiten.

  • Gemeente moet bij initiatiefnemers niet naar de financiële situatie kijken
  • Lege niet karakteristieke gebouwen stimuleren voor de beeldkwaliteit om op te ruimen. Realiseer als gemeente een win-winsituatie. Bv. Stimuleringsregeling voor sloop.
  • Gebruik de lege gebouwen voor bedrijvigheid om industrieterreinen te ontlasten. Let op belang van bewoners in het buitengebied, bv verkeer aantrekkende beweging.
  • Toelaten van alternatieve woonvormen voor de aantrekkende werking van Winterswijk/buitengebied (Tiny houses)
  • Jongeren in het buitengebied laten wonen voor de leefbaarheid van de gemeenschap. Lagere prijzen
  • Wordt wijk op zich: ongewenst
  • Aantal is discutabel maar 10 te veel
  • Onwenselijk met oog op precedentwerking
  • Wel bespreekbaar als het gaat om ouderen
  • Wel bespreekbaar als het gaat om starterswoningen
  • Voorkeur voor verbouw van bestaande bebouwing
  • Niet aan meewerken.
  • Twijfel over uiteindelijk gebruik;  nu woning commune, later (na ruzie) zelfstandige woning.
  • Oneerlijk. Splitsing (bedrijfs) woning moeilijk. Bij initiatief worden 10 woningen ‘weggegeven’. Zeker in verhouding tot de moeilijkheden die mensen nu ondervinden om kinderen / mantelzorgers dicht bij te laten wonen.
  • Hoe kan er gehandhaafd worden als het fout gaat?
  • Moet hier een centraal aanspreekpunt / verantwoordelijke boven de commune staan?
  • Welke groepen trekt dit plan aan, de situatie schets een biologische commune. Kan deze regelgeving ook voor andere hechte groepen mis-/gebruikt worden om zich te vestigen?

Situatie 11

Er is een grote woonboerderij met bijgebouwen te koop. Een echtpaar van buiten Winterswijk wil deze kopen. Hun doel is om hier met een paar gezinnen te gaan wonen en werken. Ze zien goede mogelijkheden voor vier woonunits (voor hunzelf, de ouders van een van hen die al zorg behoeven, en de twee andere stellen).

Bedrijfsmatig willen ze een activiteit met paarden, een werkplaats voor ICT en elektronica en een horecagelegenheid. Bij de horeca is een aantal B&B kamers ingepland. Op het land zal ook een zonnepanelenpark worden aangelegd. Ze zullen zelf voor alle financiering zorgen. Juist de mix van activiteiten en een drietal financieel en juridisch onafhankelijke ondernemers maakt een gezonde exploitatie mogelijk. De bestemming is al wonen, dus het gaat in hun voorstel alleen om:

  • Splitsing in 4 onafhankelijke woonunits. Kadastrale splitsing hoort daar bij, er ontstaan drie eigenaren van elk hun eigen deel.
  • Verhuur van een woning aan de ouders.
  • De bedrijfsactiviteiten en het zonnepanelenpark.
  • Moet passen binnen het Winterswijkse landschap
  • Zekerheid over financiële haalbaarheid (goed ondernemersplan)
  • Eén eigenaar die regie houdt over het gehele complex (verantwoordelijk)
  • Ruimte voor nieuwe toekomstige ontwikkelingen houden
  • Buitengebied is geen museum
  • Spelregels
    • Aangezicht: erfkarakteristiek behouden!
    • Bouwvolume: flexibel, binnen grenzen, +/- 20%
  • Regelgeving
    • Agrarisch bedrijf/wonen
    • Tegenprestatie eraf: voor starters niet makkelijk
    • Waarom onderscheidt tussen kom – buitengebied
  • Geen zonnepanelen op de grond, maar op bebouwing

Situatie 12

Een ondernemer (niet-agrarisch) woont en werkt in het buitengebied. Hij wil stap voor stap de energiedoelstelling ook op eigen erf en met eigen inspanningen realiseren. Op het erf staat een oude, maar niet karakteristieke, schuur. Hij wil deze herbouwen naar het model van een meer karakteristieke schuur zoals er ooit gestaan heeft. Maar deze schuur wil hij een kwart slag draaien en verder af van de boomsingel (waar de huidige schuur strak aan staat) en de boerderij plaatsen. Dat wil hij om een groter rendement te krijgen van de zonnepanelen die hij op de nieuw te bouwen schuur wil plaatsen. Daartoe zal hij buiten het oorspronkelijke bouwblok bouwen. Er is geen subsidie of lening nodig. De ondernemer legt al het benodigde geld zelf op tafel.

  • Bouwblok / maatwerk zonnepanelen
    • Loslaten mits landschappelijk ingepast
    • Als het esthetisch past
    • Zonnepanelen eerst op dak schuren
  • Tip: asbest sanering en zonnepanelen plaatsen mits subsidiëren/lening
  • Opslag energie autonome systemen
  • Duurzaamheid gaat voor “bouwblok”
  • Moet redelijk passen in landschap. Panelen niet te veel opvallen, ook qua kleur
  • Moet toekomst bestendig zijn
  • Het geheel is belangrijker dan een onderdeel (postzegel)
  • Omvang van bouwwerk behouden, verder maatwerk
  • Mogelijk, als geen overlast wordt bezorgd
  • Passend bij infrastructuur (of passend maken)

Situatie 13

Een boer nadert zijn pensioen en heeft geen opvolger. Hij is betrokken bij plattelandsontwikkeling en ziet een combinatie van mogelijkheden die hem aanspreken en hem inclusief zijn bedrijf een goede volgende fase geven. Het in Twente ontwikkelde “knooppuntenerf” staat model voor het plan. Via een speciaal project vindt hij een jonge boer die een aantal jaren met hem samen gaat werken waarna de jonge boer het overneemt. De nieuwe boer betrekt dan de oorspronkelijke woning, na een verduurzamingsverbouwing. De oude boer betrekt dan met zijn vrouw een van de appartementen die in de oorspronkelijke boerderij en een bijgebouw zijn gebouwd. Dat brengt het totaal op twee gezinswoningen en drie appartementen. Ook zijn er een drie Tiny Houses voor experimenterende jongeren voorzien.

De oorspronkelijke stallen (ligboxen etc.) worden in de stijl verbouwd, met veel hout, glas. En ze worden compleet bedekt met zonnepanelen. Een deel wordt huisvesting voor jonge, dynamische bedrijven en de rest voor het boerenbedrijf.

Het plan zal fasegewijs worden uitgevoerd. Dat doen de bedenkers met name omdat ze dan het gehele plan zelf kunnen financieren. Maar de initiatiefnemers willen niet via salamitactiek de gemeente stapje voor stapje meer laten vergunnen. Ze spelen het open, en vragen een oordeel over het idee als geheel. Een idee dat misschien wel tien jaren kost om volledig uitgevoerd te worden.

Het agrarisch bedrijf krijgt op deze wijze een opvolger die het bedrijf in een nieuwe vorm kan behouden en het erf toekomstbestendig kan maken. Lukt het plan niet, dan zal er geen andere mogelijkheid resten dan de landbouwgrond te verkopen voor meer grootschalige landbouw. De verwachting is dat de stallen blijven leegstaan en vervallen, en de boer er waarschijnlijk niet kan blijven wonen.

De combinatie van agrarische bedrijvigheid, niet-agrarische bedrijvigheid en niet-agrarisch wonen is in het stelsel van de Wet ruimtelijke ordening altijd een heftig discussiepunt. Gaan we daar met de Omgevingswet anders mee om?

  • Pluspunten
    • Tegengaan verpaupering
    • Meerdere doelgroepen bedienen
    • Bedrijfsvoering blijft mogelijk
    • Verschillende functies
    • Goed voor de leefbaarheid
    • Gemengde bestemmingen heeft meer voorkeur
  • Minpunten
    • Wel veel bewoners indien dit overal gebeurd

Situatie 14

De eigenaar van een minicamping wil doorgroeien. De markt beweegt zich in de richting van grotere plaatsen, meer voorzieningen en meer luxe. De gemeente wil het aantal overnachtingen doen groeien. Het initiatief van de eigenaar koppelt die beide: meer plaatsen (50) en de kwaliteit die de consument vraagt. Daarvoor investeert hij ook in een zwemvijver en in de begroeiing rondom de camping. Bovendien installeert hij goed ingepast een zonneveld van 120 panelen.

  • Pas op voor clustering teveel bij elkaar waardoor grootschalig
  • Landschappelijke inpassing erg belangrijk
  • Aantonen noodzaak economische groei, vraag/aanbod
  • Er is meer dan recreatie
  • Verschil mini camping t.o.v. camping
  • Let op: parkeren / wegen meegroeien, anders niet meewerken. Wenselijk?
  • Duurzaamheidseisen/toets bij groei als energieneutraal  beloningssysteem
  • Minicamping moet minicamping blijven
  • Grote campings genoeg
  • Zonnepanelen geen argument
  • Ontwikkeling van minicampings afhankelijk van marktwerking
  • Mensen kiezen bewust voor minicampings

Situatie 15

De eigenaar van een verpauperde recreatiewoning doet een aanvraag voor sloop gecombineerd met nieuwbouw op het zelfde erf. De plek is in de Atlas Omgevingskwaliteit aangemerkt als stil, donker, landschappelijk fraai en hoog bio divers. De regels voor cumulatie van kwaliteit zijn dus van toepassing.

  • Tegengaan verpaupering
  • Gevaar op: versnellen van verval inruil voor nieuwe woning
  • Toestaan recreatiewoning, geen permanente bewoning
  • Landschap dient leidend te blijven
  • Verplaatsing: op andere plek, bij een bestaand park?
  • Waarom is hij verpauperd: il je dan nog wel een nieuwe toestaan
  • Tijdelijke bewoning recreatiewoningen toestaan
    • Bv stagiaires
    • Tijdelijke werknemers
  • Zijn er niet teveel recreatiewoningen omdat ze veelal anders gebruik kennen: inventarisatie werkelijke behoefte
  • Eigenaren met een woonhuis/woning als 2e verblijf en niet als hoofdverblijf minder mogelijkheden bieden: nadelig voor leefbaarheid
  • Belangrijk lokale verbinding!

Situatie 16

Een agrarisch bedrijf beschikt over woonmogelijkheid voor de huidige ondernemers. Op basis van bedrijfsomvang biedt het huidige beleid geen mogelijkheid voor een extra wooneenheid. Echter heeft de toekomstige bedrijfsopvolger de wens om ook bij het agrarisch bedrijf te kunnen wonen. Hoewel hij nog grotendeels in loondienst bij derden werkt, is hij daarnaast ook ’s ochtends en/of ’s avonds en/of in het weekend veelvuldig werkzaam op het agrarisch bedrijf.

Sociaal gezien is het zeer wenselijk om een extra wooneenheid, met eigen nummer, toe te voegen aan het erf.

  • Rood-voor-rood, waarom woning nieuw binnen bouwblok. Privacy - verder uit elkaar
  • Databank bij gemeente of bij BSV
    • m² rood-voor-rood
    • verevening
  • rotte plekken: bij langere periode tijdelijk inrichten (kwaliteit)
  • van belang voor behoud jongeren in buitengebied: goed voor leefbaarheid
  • optie 3 kan nadelig zijn voor bedrijfsvoering
  • kan ook van belang zijn voor mantelzorg
  • keuze voor redenering 3
  • er moet veel vrijheid zijn om tweede bedrijfswoning te bouwen

Situatie 17

Een voormalig agrarisch bedrijf is gekocht door een burger. De bestemming is ook nog agrarisch. De nieuwe eigenaar vraagt om een gastenverblijf buiten het bouwblok. Op het erf staat een lege stal met asbestdak. Onderdeel van het plan is een duidelijke verbetering van de inrichting van de tuin en van de erfgrens. De landschappelijke inpassing zal daardoor zonder meer beter worden.

  • niet gelijk agrarische bestemming af. Behouden van de bestemming moet mogelijk blijven
  • binnen zekere grenzen een flexibel bouwblok
  • stal slopen
    • bouw gastenverblijf
    • Verbetering kwaliteit
  • Binnen bouwblok geen harde eis
  • Voorkeur voor rednering 2
  • Verschil gastenverblijf en recreatiewoning niet helder
  • Besluitvorming moet soepel zijn: handhaving strak

Algemeen

  • Aanpassen bestemming bestaande bedrijfswoningen
  • Maatwerk kost tijd: dr’an!
  • Kijken hoe in andere gemeenten geregeld wordt
  • Bouwperceel niet leidend
    • Geef ruimte
  • Probleem geen contingent meer
    • Ook rekening houden met buitengebied: Geen onderscheid bij verdeling
  • Parlement
    • Kijk eerst naar omgeving: Kenmerken dan regels

 

 

Uitgelicht