Toelichting op de regeling mantelzorgwoning

Sinds november 2014 is het mogelijk een tijdelijke woning te realiseren bij een andere woning voor degene die de mantelzorg verleent of voor degene die de mantelzorg ontvangt.

Mantelzorgwoningen kunnen gerealiseerd worden in bestaande bebouwing, in nieuwe bebouwing en in de vorm van verplaatsbare units. Er wordt een verschil gemaakt tussen bebouwde kom en buitengebied. Dit kan in een bestaand bijgebouw. In het buitengebied mag u hiervoor ook een tijdelijke woonunit plaatsen.

Wanneer is er sprake van mantelzorg?

Definitie mantelzorg

Mantelzorg wordt als volgt gedefinieerd:

Intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond.

Onder gebruikelijke hulp wordt verstaan: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van naast wonende kinderen of andere huisgenoten. U kunt hierbij denken aan hulp bij de administratie, bij de financiën en bij regelzaken. De zorg die de gebruikelijke zorg in omvang en intensiteit overstijgt, wordt als mantelzorg gezien en deze zorg is in principe indiceerbaar. Dit houdt in dat die zorg alsnog wordt verstrekt als de mantelzorg zou wegvallen. Genoemde zorg wordt in dat geval overgenomen door een professional.

Wanneer kan een mantelzorgwoning gebouwd worden?

Onder huisvesting in verband met mantelzorg (de mantelzorgwoning) wordt het volgende verstaan: huisvesting in of bij een woning van één huishouden van maximaal twee personen, van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning. In een bijlage van het Bor staat aangegeven wanneer een dergelijke woning vergunningsvrij geplaatst kan worden. Ook worden er mogelijkheden gegeven om via een omgevingsvergunning een woning voor mantelzorg toe te staan. De eis van maximaal twee personen aan het huishouden dat een mantelzorgwoning mag betrekken, maakt duidelijk dat zich niet een compleet gezin met kinderen met deze regeling kan vestigen. De regeling richt zich op de persoon die mantelzorg nodig heeft van of verleent aan een bewoner van de woning. De omschrijving staat toe dat deze persoon zich met een samenwonende partner kan vestigen. Indien sprake is van bewoning door meer personen (zoals bijvoorbeeld een gezin met kinderen) zal de planologische inbreuk meer ingrijpend van aard kunnen zijn en is een andere planologische procedure nodig.

Wat is mogelijk?

Mantelzorgwoningen kunnen gerealiseerd worden in bestaande bebouwing, in nieuwe bebouwing en in de vorm van verplaatsbare units. Er wordt een verschil gemaakt tussen bebouwde kom en buitengebied. Hieronder vindt u de verschillende mogelijkheden.

Nieuwbouw

Wanneer voldaan wordt aan bepaalde voorwaarden kan er een nieuw bijbehorend bouwwerk vergunningsvrij gebouwd worden waarin de mantelzorgwoning gemaakt wordt. In artikel 2 lid 3 van bijlage II van het Bor is dit omschreven (LINK). Er zijn onder andere regels over de afstand tot het hoofdgebouw, de hoogte en er is een relatie met de oppervlakte van het perceel en de al aanwezige bijgebouwen. Er is hier geen onderscheid tussen bebouwde kom en buitengebied gemaakt. Concreet komt het erop neer dat wanneer vergunningsvrij een bijgebouw gebouwd mag worden, hier ook een mantelzorgwoning in gemaakt mag worden.

Wanneer er niet voldaan kan worden aan de randvoorwaarden voor een vergunningsvrij bijgebouw, is het nog mogelijk om via een omgevingsvergunning een mantelzorgwoning in een nieuw bijgebouw te realiseren. In het buitengebied is deze mogelijkheid beperkt tot een gebouw van maximaal 150 m2 en 5 meter hoog. Voor de kom zitten hier geen beperkingen aan.

Bestaande bouw

Artikel 2 lid 22 van bijlage II van het Bor zegt dat voor het gebruik van bestaande bouwwerken als mantelzorgwoning geen vergunning nodig is. Dit betekent dat alle bestaande gebouwen gebruikt kunnen worden als mantelzorgwoning. Hier is geen onderscheid gemaakt tussen kom en buitengebied. Ook zijn er geen randvoorwaarden zoals oppervlaktes, hoogtes of relaties met de grootte van het perceel. Wel moet rekening gehouden worden met de veiligheid. Wanneer er wijzigingen plaatsvinden aan de brandcompartimentering of de draagconstructie, zal voor het verbouwen wel een vergunning nodig zijn. Dit is een technische toets, het gebruik is vergunningsvrij. Daarnaast geldt dat, ook al is het vergunningsvrij, er altijd aan de regels uit het Bouwbesluit moet worden voldaan. Hier staan onder andere eisen in met betrekking tot duurzaamheid en gezondheid.

Verplaatsbare unit

Omdat er in het buitengebied al vrijwel altijd het maximum aan bebouwing qua bijgebouwen aanwezig is dat volgens de lijst van artikel 2 lid 3 (zie nieuwbouw) vergunningsvrij gebouwd mag worden, is er voor het buitengebied een speciale regel gemaakt (artikel 7 lid 2 bijlage II Bor). Wanneer sprake is van een bouwwerk dat in zijn geheel of in delen verplaatsbaar is en waarvan de oppervlakte maximaal 100 m2 is, hoeft geen rekening gehouden te worden met de oppervlakte van al bestaande bijgebouwen. Een dergelijke unit kan dus altijd vergunningsvrij geplaatst worden. Wel moet rekening worden gehouden met de andere eisen uit artikel 2 lid 3 van bijlage II van het Bor zoals een maximale hoogte. In de kom kan een dergelijke unit niet vergunningsvrij geplaatst worden.

Einde mantelzorg

Wanneer de mantelzorg eindigt, eindigt het recht op bewoning. Het verbouwde bouwwerk moet weer als bijgebouw gaan functioneren. Dit betekent dat voorzieningen uit het gebouw gehaald moeten worden (bijvoorbeeld de keuken en badkamer). Wanneer sprake is van een verplaatsbare unit, moet deze verwijderd worden.

Uitgelicht